vrijdag 24 april 2015

Geroosterde bietjessalade met freekeh & gele paprika

Freekeh

Annemarie van Superfoot Lifestyle en Praktijk Buon Appetito is altijd bewust met eten bezig. Zij tipte mij over het graanproduct: freekeh. Ik kocht bij de AH een pak en ging er mee aan de slag. Volgens de producent van het merk wat ik kocht, bevat het meer voedingsstoffen dan gewone granen, vier keer zoveel vezels als zilvervliesrijst en twee keer zoveel eiwitten als witte rijst. Het eten van freekeh geeft snel een verzadigd gevoel en het hongergevoel blijft lang weg. Klinkt goed! En voor mij even belangrijk… het is ook erg lekker!

salade met geroosterde verse bietjes

Het koken van de freekeh in bouillon levert een mooie volle smaak op. Je kunt naar voorkeur en toepassing kiezen voor een vegetarische versie of een vleesbouillon. Ik koop als ik in Italië of Frankrijk ben altijd vele pakken bouillontabletten in verschillende soorten en smaken. Daar is ook een ruime keus aan biologische vlees- en groentebouilontabletten. De biologische runder- en kippenbouillontabletten die ik graag gebruik, koop ik bij een natuurvoedingswinkel bij mij in de buurt.

het blad van bieten

Gooi mooi fris en krakend vers blad van bietjes niet weg. Je kunt het kort even stoven in een beetje bouillon, beetje knoflook , olijfolie, of boter en op smaak gebracht met peper en zout door het gerecht heen scheppen of apart erbij eten. Jong bietenblad kun je ook als sla eten. En snijbiet is een groente waarvan je alleen het blad eet.

Freekeh salade met geroosterde bietjes

Lunchgerecht of hoofdgerecht voor 4 personen

Benodigdheden:
  • de bietjes:
  • ca. 1 kilo kleine verse zomer- of winterbietjes of krootjes, schoongeboend met water en groen eraf (maar bewaard)
  • 4 stuks steranijs, verkruimeld (ik plette ze in de vijzel)
  • peper/zout
  • 30 gram boter
  • aluminiumfolie
  • de dressing:
  • enkele eetlepels hazelnootolie
  • rode wijnazijn
  • zout/peper
  • de rest van de salade:
  • 200 gram ongekookte freekeh
  • 1 groente- of kippenbouillontablet
  • 400 gram gele of oranje babypaprikaatjes, gehalveerd – zaadjes eruit of 400 gram grote paprika’s in grove stukken
  • voor de linzen:
  • 300 gram gekookte (bruine) linzen
  • 1,5 tl. à 5 ml. Franse Dijon mosterd
  • 1 teentje knoflook, tot puree gemaakt
  • 2 el. olijfolie à 15 ml.
  • zout/vers gemalen peper
  • 100 gram hazelnoten, droog roosteren in koekenpan, daarna grof hakken
  • 125 gram harde (geiten)kaas, geraspt
  • evt. wat gehakte peterselie (voor de kleur)
  • platte ovenschotel
Bereiding:


Verwarm de oven tot 180 graden C. Wikkel elk bietje in alufolie of leg ze in een schaal en dek het na het kruiden zorgvuldig en hermetisch af. Maar eerst strooi je de steranijs erover en peper/zout en verdeelt de boter over de bietenpakketjes. Plaats in de oven tot ze gaar zijn. Bij mij duurde meer dan twee (!) uur (het waren winterbieten). Zomerbietjes zijn veel sneller klaar. Steek een satépen in een bietje en je merkt dat ‘ie er gemakkelijk doorheen glijdt. Dan is het bietje gaar.

Maak intussen de dressing door ½ tl. zout op te lossen in 2 el. rode wijnazijn en meng al kloppend zoveel hazelnootolie dat een mooie dikke lobbige saus ontstaat. Breng op smaak met gemalen witte peper.

Laat de bieten even afkoelen en haal dan het velletje eraf en snijdt in stukken en leg in de dressing en schep door. Zet apart (niet in de koelkast, tenzij je ze de volgende dag gaat eten) tot later gebruik.

Kook volgens de verpakking de freekeh gaar in water met de bouillontablet en nog wat extra zout.

Breng de linzen op smaak met de mosterd, olijfolie, knoflook, peper/zout. Schep goed door.

Schep de freekeh in de ovenschotel en verdeel de paprika erover en vervolgens de linzen en sluit af met de hazelnoten en de geraspte kaas.

Plaats in de oven en laat 20-25 minuten bakken op 200 graden C. tot de paprika zacht is. Neem twee lepels en schep de ovenschotel voorzichtig los, zodat het geen massieve massa meer is.

Verdeel dan de bietjessalade erover en schep nog eens voorzichtig door tot het een spectaculaire kleurencombinatie is geworden van oranje-geel en het rood van de bieten! Strooi als je wilt nog wat gehakte peterselie erover voor nóg meer kleur (en smaak).

Lekker met een glas licht gekoelde soepele rode wijn erbij.

woensdag 22 april 2015

Salade van mie met peultjes van Jaap

Salade van mie met peultjes

Afgelopen weekend hadden we de eerste familieverjaardag van dit jaar en er kwamen aardig wat familie en vrienden op bezoek. Het was mooi weer, iedereen kon lekker buiten zitten en ik vind het dan fijn om voor een tafel vol met lekkers te zorgen. Omdat het feestvarken erg gek is op bami heb ik geprobeerd iets te maken dat geschikt is voor een koud buffet en gebaseerd op een bami-gerecht. Ik heb wat verschillende recepten bekeken, maar kwam uiteindelijk toch uit op een eigen variant die zo in de smaak viel dat de schaal in no-time leeg was. Deze week heb ik ‘m nog eens gemaakt en ik wil het recept graag hier delen.

Voor een schaal bami-salade voor ongeveer 8 personen heb je het volgende nodig 
  • 250 gr. mie van goede kwaliteit (toko)
  • 200 gr. peultjes
  • 1 pepertje
  • 1 teentje knoflook
  • 1 of 2 lente-uitjes
  • 1 eetlepel sesamzaadjes 
Voor de dressing:
  • een scheut olijfolie
  • een scheut sesamolie
  • sap van 1 limoen
  • 1 eetlepel ketjap
  • 2 eetlepels zoete chilisaus
  • wat sambal
  • 1 volle eetlepel pindakaas
  • evt. wat zout
  1. Kook de mie in een pan met ruim water gaar. Ik kook de peultjes een paar minuten mee zodat die ook beetgaar zijn.
  2. Giet het af, spoel af met koud water en doe er een scheut olijfolie of arachideolie bij zodat de mie niet gaat plakken. Het kan handig zijn de mie wat te snijden dat eet makkelijk van een saladebordje.
  3. Doe het geheel terug in de pan en voeg alle ingrediënten voor de dressing toe en meng dat goed door de mie. Er zijn geen vaste regels; varieer gerust met andere hoeveelheden of ingrediënten.
  4. Hak de knoflook fijn, snij het pepertje in hele smalle reepjes en snij de lente-ui in ringetjes en meng dit, samen met de sesamzaadjes door de mie salade. Laat de salade goed koud worden.
Heerlijk om te eten als koud buffet gecombineerd met wat andere oosterse gerechten zoals zelfgebakken kroepoek, pittige gehaktballetjes, sateetjes, atjar of een frisse komkommersalade.


Ik heb het nog niet geprobeerd, maar deze mie salade lijkt me ook erg geschikt om mee te nemen in de koelbox naar het strand!

vrijdag 17 april 2015

Lentesalade van biologische groenten en sinaasappel van Liesbeth


Lentesalade van biologische groenten en sinaasappel

Dit keer een lekkere, lichte salade van de (biologische) groenten venkel, wortel en bleekselderij en stukjes sinaasappel. Een heerlijke combinatie! Met een yoghurtdressing van citroen en gegarneerd met partjes ei maakt het deze salade af.

Combineer het met een stukje vis of kip en je hebt een heerlijke lunch!
  • 1 venkelknol
  • Halve bos wortelen
  • Halve bos bleekselderij
  • 2 sinaasappels
  • 2 eieren
Dressing:
  • 4 el Griekse youghurt
  • 1 el mayonaise
  • Sap van een halve citroen
  • Peper/ zout
  1. Snijd de venkelknol doormidden en snijd de harde kern eruit.
  2. Snijd in hele dunne plakjes.
  3. Schrap de wortelen en snijd in ragfijne plakjes.
  4. Was de stengels bleekselderij, ontdoe van de draden en snijd zo dun mogelijk.
  5. Snijd de schil van de sinaasappels en snijd de partjes tussen de vliesjes uit.
  6. Meng de groenten met de sinaasappel.
  7. Meng voor de dressing de ingrediënten en schep door de salade. 
  8. Garneer met de partjes ei.







dinsdag 14 april 2015

Risoni met verse doperwten en ham (en little gem)


een smeuïge verrukkelijke risoni…

Tijdens onze vakantie in Italië nam ik twee pakken risoni mee naar huis. Ik had dit recept al maandenlang in mijn hoofd. Risoni is een kleine vorm pasta en wordt ook wel pasta di risi genoemd. Het wordt nogal eens verwisseld met orzo, maar dat is een iets grotere pastavorm. Orzo betekent ook gierst (een graansoort). Risoni is dus geen rijst en geen gierst… maar een gezellig klein pastavormpje. Lekker in stoofschotels, soep, salades, etc.

‘comfort food’

Dit gerecht is voor alle keren dat je iets wilt eten wat hartig, verwarmend en vullend is… en heel lekker natuurlijk! Dit gerecht dekt de hele lading. Het is gemaakt van pasta, kippenbouillon, doperwten, ham en Parmezaanse kaas. Lekker overzichtelijk!

geen risoni…

Als je deze kleine vorm niet kunt krijgen… niet getreurd (wel jammer natuurlijk), maar neem dan een andere kleine pastavorm zoals schelpjes of elleboogjes (het is niet anders joh).

variëren

Groenten: dit keer heb ik er verse doperwten doorgeroerd, van de groentekraam op de markt. Mijn dochter dopte ze voor mij. En ik bakte voor erbij enkele struikjes little gem goudbruin... de hele maaltijd smaakte gewoon naar voorjaar! Meer recepten en tips om little gem zelf te zaaien vind je hier: little gem met honing-mosterddressing.

Denk ook eens aan: beetgare: groene asperges, witte asperges, venkel, broccoli, spruitjes, courgette, tuinboontjes, snijbonen, kort geroerbakte paddestoelen (breng even op smaak), kort gewelde spinazie of snijbiet, een paar handjes kleingesneden raapstelen, tja… noem maar op!

Femke dopt de doperwtjes

Vlees: de ham kun je vervangen door pancetta, salami of uitgebakken spekblokjes.

Schaaldieren: je kunt ook kiezen voor garnalen of mosselen. Een handje (even gesmoorde) zeekraal of rauwe zeesla er kort voor het serveren door roeren en jouw ‘bordje zee’ is volledig. Hou wel rekening met zout, want zeekraal heeft een zilte smaak.

Saffraan: week een paar draadjes in de hete bouillon: het geeft kleur en smaak.

Risoni met verse doperwten en ham
hoofdgerecht voor 4 personen

Benodigdheden:
  • 350 gram rauwe risoni
  • ca. 700 ml. - 1 liter kippenbouillon (ik neem altijd biologische kippenbouillontabletten, die zijn zeer smakelijk en koop ik bij een natuurvoedingswinkel)
  • 500 gram verse doperwten in de peul, is gedopt ca. 200 gram, (diepvries kan ook)
  • 125 gram (biologische) ham, in reepjes
  • 100 gram geraspte Parmezaanse kaas
  • evt. wat gesneden platte peterselie
  • evt. enkele struikjes little gem
  • olijfolie voor bakken
  • 2 teentjes knoflook, fijngehakt
Bereiding:

Neem liefst een pan met een dikke bodem, want de pasta bakt snel aan. Verhit een scheutje olie in de pan en bak de ham even mee zodat de smaak loskomt. Dan de knoflook erbij. Giet 500 ml. bouillon erbij en breng aan de kook en strooi de pasta erin. Ga direct goed over de bodem roeren en hou het in de gaten en giet als het droog wordt een scheut bouillon erbij. Zoals je met risotto zou doen. Het moet een smeuïge massa blijven. 

Binnen 8-10 minuten is de pasta gaar (proef even). Meng de verse doperwtjes en de helft van de kaas erdoor en laat het twee minuten door en door heet worden. Roer evt. de peterselie erdoor en breng op smaak met vers gemalen (witte) peper en proef of er nog extra zout bij kan.

Wij aten het met kort gebakken little gem (die lekker malse slaharten) en gaf de rest van de Parmezaanse kaas erbij. De little gem maak je zo klaar: was de slakropjes en snij een stukje van de achterkant af, maar het kropje moet wel heel blijven. Goed drogen. Verhit wat olijfolie en bak de kropjes aan beide zijden kort op hoog vuur goudbruin. Bestrooi met wat zout & peper. Heel erg lekker!



vrijdag 10 april 2015

Beignets van asperges

Beignets van asperges

Een lekker en klassiek gerechtje! Zorg wel voor goed schoon en heet frituurvet/olie. Dat is belangrijk voor de smaak en zorgt voor een lichte beignet i.p.v. een vette deeghap!

variëren

Neem het beslag als basis en... denk aan het frituren van (rauwe) garnalen, vis, inktvis, mosselen en het frituren van gekookte: schorseneren, broccoliroosjes, bloemkoolroosjes, paprikareepjes, champignons, courgette, etc.

Voorgerecht, snack of bijgerecht voor 4 personen

Benodigdheden:
  • 1 kilo gekookte asperges (wit of groen) goed uitgelekt
  • 350 gram bloem
  • ½ liter (licht) bier
  • 1 tl. à 5 ml. zout
  • 1 eiwit
  • 1 el. à 15 ml. neutrale olie (zonnebloem, arachide, o.i.d.)
  • frituurolie/vet
Bereiding:

Leg de gekookte asperges op een schone theedoek en dep ze zorgvuldig droog. Maak een dik beslag van de bloem, bier en zout. Als het nog te dun is, roer dan wat extra bloem erdoor. Laat het een kwartier rusten. Klop het eiwit heel stijf en schep door het beslag. Roer er tenslotte nog een lepel olie door. Verhit het frituurvet. Doop de asperges in het beslag en frituur ze goudbruin. Laat ze even uitlekken op een keuken en eet ze dan gloeiendheet op! Lekker met een sausje zoals deze: 3 el. mayonaise, ½ tl. gedroogde dragon, paar druppels citroen, peper/zout naar smaak, paar druppels worcestershiresaus. Of vervang de gedroogde dragon door 1 tl. verse dille.

woensdag 8 april 2015

gratis miniworkshop 'Rijzen' van desemdeeg

desembrood leren bakken

Bak jij weleens een desembrood of wil je graag zo'n heerlijk en authentiek brood leren bakken? En kun je nog wat hulp gebruiken... bijvoorbeeld over het rijzen van een desemdeeg?

Dan heb ik goed nieuws voor jou! Want ik maakte een nieuwe miniworkshop die je direct kunt bekijken.


Na het bekijken van de video begrijp je waarom een deeg rijst en je leert meer over de processen rondom het rijzen van een desemdeeg. Deze kennis kun je toepassen als je aan de slag gaat met het bakken van een desembrood.

Meld je nu aan voor de gratis workshop:



donderdag 2 april 2015

Soezenkrans met advocaatroom van Liesbeth


Soezenkrans met advocaatroom

Voor het Paasweekend een feestelijke soezenkrans met advocaatroom. Heel geschikt om als nagerecht te serveren, maar ook heerlijk bij de koffie of thee. De soezenkrans is niet moeilijk om te maken en kan ook nog eens één of twee dagen eerder gebakken worden. Op de dag van gebruik 10 minuutjes oppiepen in een warme oven van 130 graden C. en de krans is weer super vers en knapperig.

Soezenbeslag kan bereid worden met water of melk, of met water en melk. Ik gebruik in dit beslag alleen water want dat geeft het meest knapperige resultaat. Omdat het bijna Pasen is, heb ik gekozen voor een vulling van slagroom met advocaat. Maar ook heel lekker is een vulling van banketbakkersroom, vanillevla en/of slagroom. Het is niet heel veel werk en met een prachtig resultaat!

Het beslag:
  • 125 gram water
  • 60 gram boter
  • 75 gram gezeefde bloem
  • 1 eetlepel fijne kristalsuiker
  • 1 tl vanillesuiker
  • 2 eieren

Vulling:
  • 250 ml slagroom
  • Flinke scheut advocaat

Garnering:
  • Aardbeien of ander rood fruit

  1. Leg een vel bakpapier op de bakplaat en teken er twee cirkels op. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld 2 deksels, waarvan de grootste deksel een doorsnede heeft van ongeveer 25 cm. Leg de kleinste deksel in het middel van de grootste cirkel en teken de kleinste cirkel. In de ruimte tussen de 2 cirkels wordt het beslag geschept, zodat er een krans ontstaat. Draai het bakpapier om; zo komt het beslag niet in aanraking met de getekende cirkels.
  2. Verwarm de oven voor op 200 graden C. heteluchtstand. 
  3. Breng het water met de boter in een royale pan aan de kook.
  4. Zet een grote kom klaar op het aanrecht.
  5. Voeg, zodra de boter gesmolten is, de bloem in één keer toe. Roer heel goed door en blijf roeren tot de bloem gaar is. Dit duurt een paar minuten.
  6. Haal de pan van het vuur en doe het deeg in de kom die al klaar staat.
  7. Voeg suiker en vanillesuiker toe en klop goed door. Dit kan met een garde, maar met een handmixer of een keukenmachine gaat het handiger en sneller.
  8. Klop hierna één voor één de eieren door het beslag. Voeg het tweede ei pas toe als het eerste ei volledig door het beslag is opgenomen.
  9. Schep het beslag tussen de 2 cirkels op het bakpapier.
  10. Ga met een vork door de bovenkant van het beslag. Hierdoor zal de krans aan de bovenkant gaan barsten en niet aan de zijkant.
  11. Bak de krans 10 minuten op 200 graden C.
  12. Verlaag de oventemperatuur naar 180 graden C. en bak nog ongeveer 20 minuten tot de krans goudbruin en knapperig is.
  13. Haal de krans uit de oven en laat op een rooster afkoelen.

Tot zover kan de krans worden voorbereid. Bewaar de krans in een afgesloten plastic zak in de koelkast. Piep de krans een uur voor gebruik op: 10 minuten in een voorverwarmde oven van 130 graden C.

Afwerking:
Maak de aardbeien schoon en snijd ze één keer door. Snijd de krans met een kartelmes doormidden, zet de onderkant op een mooie schaal. Klop de slagroom op en schep er vervolgens de advocaat door. Schep de advocaatroom op de krans, leg de aardbeien op de room en dek af met de bovenkant van de krans. Bestrooi de krans met poedersuiker.




zaterdag 28 maart 2015

Pizzarolletjes van brooddeeg van Jaap


Pizzarolletjes van brooddeeg

Een paar weken geleden maakte ik kaneelbroodjes. Een mooi zoet zweeds gebak waarvan het recept ook op Irene’s blog staat. Ze waren heerlijk en ik vroeg me af hoe dit recept zou smaken met een hartige vulling. Zoiets als een pizza: tomatensaus, kaas, ham en salami.
Er is maar één manier om er achter te komen en dat is om ze te maken… Vandaag was het zover en gingen we aan de slag. Ze zijn heerlijk en ik wil dit recept graag met jullie delen. Perfect bij de paasbrunch!

Voor 16 pizzarolletjes heb je het volgende nodig:

voor het deeg:
  • 500 gr. tarwebloem
  • 20 gr. verse gist of 10 gr. gedroogde
  • 280 ml. warm water
  • 50 ml. olijfolie
  • snuf zout 
Los de gist op in het water en meng alle ingrediënten in een kom. Kneed er een soepel deeg van en laat dat ongeveer 45 minuten rijzen tot het in omvang verdubbeld is. Rol het dan uit tot een vierkante lap van ongeveer 40x40 cm.

voor de saus heb je het volgende nodig:
  • blik 400 gr. tomatenblokjes
  • zout
  • peper
  • 2 theelepels gedroogde Italiaanse kruiden
  • wat knoflookpoeder
  • beleg: kleingesneden salami, ham, pesto, geraspte kaas
Meng deze ingrediënten en verdeel het over de deeglap. Verdeel niet alles erover, er blijft wat over, anders krijg je straks problemen met het oprollen. Nu verdeel je er nog wat extra beleg over. Ik gebruikte salami, ham, pesto en geraspte kaas. 
  1. Rol de plak voorzichtig op en snij hem met een scherp mes in 16 gelijke plakken.
  2. Leg deze plakken op een met bakpapier beklede bakplaat en laat ze nog een uurtje rijzen.
  3. Verwarm de oven voor op 180 graden C., bestrooi de broodjes nog met wat geraspte kaas en bak ze in een half uur gaar en knapperig. 

zondag 22 maart 2015

Maaltijdvissoep met rouille


zoeken naar het recept van snelle vissoep…

Ken je dat: je hebt ooit een gerecht gegeten en ineens herinner je de smaak weer en ga je op zoek naar het recept. In mijn garage staan kratten met stapels bewaarde Tip culinairs, Delicious, Elle Koken en allerhandes. Dus ik neem zittend op een Ikea kabouterkrukje een voor een alles door en leg tegelijkertijd vele leuke recepten apart voor later… 
Uiteindelijk vond ik dus mijn recept in een hele oude Tip van 1985. Dat is inmiddels wel 30 jaar geleden!

een verrukkelijke vissoep…

Het recept van deze maaltijdvissoep is heel gemakkelijk, maar smaakt echt bijzonder lekker. In de oorspronkelijke Tip stond het vermeld als snelle maaltijd voor twee. Maar je kunt het heel eenvoudig voor 4 personen maken of 8. Gewoon de hoeveelheden verdubbelen… Vorige week aten een oom en tante van mijn man mee en zij hadden het over: ‘een mooie soep’.

variëren kan…

Door mosselen in de soep mee te koken tot de schelpen openstaan. Grote garnalen te nemen en dan even mee te koken of door verse vissoorten te nemen. Denk eraan om stevige witvis te kiezen. Zalm is bijvoorbeeld niet zo geschikt. In de zomer kun je lekker verse zongerijpte tomaten nemen. Een scheutje Pernod (sterke anijsdrank) erdoor kan ook een bijzondere twist geven. Of een greepje venkelzaad meestoven…

rouille erbij…

Het zal ook rond 1985 zijn geweest dat ik in Agde, Zuid Frankrijk mijn eerste bouillabaisse at. Een heerlijke visbouillon met hele gekookte vissen er apart bij geserveerd. Lekkerder heb ik het nooit meer gegeten. Met een verrukkelijke rouille en knoflookcroutons erbij. Enfin ook die kruidige rouille heb ik nooit meer zo lekker gegeten. De rouille roer je door de soep. De croutons ook. Er zijn verschillende soorten rouille. Deze rouille wordt gemaakt van zelfgemaakte gekruide mayonaise. Wij aten het met stukjes stokbrood en smeerden de rouille op het brood.


Maaltijdvissoep

recept voor 2 personen.

Benodigdheden: (attentie: 1 tl. = 5 ml)
  • Soep:
  • 200 gram gepelde roze garnalen, kort gewassen
  • 1 pak diepvries koolvis, laat half ontdooien
  • 2 el. olijfolie
  • 1 teentje knofkook, uit de knijper
  • 1 lang stuk sinaasappelschil (zonder het wit) (ik nam mandarijn)
  • 2 dl. droge witte wijn
  • 2 dl. water
  • 1 blik gepelde tomaten
  • 1 blikje tomatenpuree van 70 gram
  • 1 kruiden/groentebouillontablet
  • 2 laurierblaadjes
  • ½ tl. cayennepeper (of piment Espelette of andere gemalen chilipoeder)
  • 1 tl. kerriepoeder
  • 1 bosje verse platte peterselie of diepvries, fijngehakt
  • Rouille:
  • 3 eierdooiers, op kamertemperatuur
  • ca. 2 dl. neutrale olie zoals arachide/zonnebloemolie
  • ½ dl. olijfolie
  • tl. mosterd
  • zout/peper
  • scheutje witte wijnazijn
  • enkele saffraandraadjes of mespunt poeder
  • ¼ tl. paprikapoeder zoet/edelsüss
  • ¼ tl. pittige chilipoeder (ik had nog wat Piment Espelette die ik ooit kocht in Frankrijk)
  • 1 teentje knoflook, maak het fijn tot een puree

Bereiding:

Snijd de halfbevroren vis in stukken. Verhit de olie en bak de vis en knoflook even mee. Voeg hier aan toe: wijn, water, tomaten, tomatenpuree, bouillontablet, laurierblaadjes, kerrie, cayennepeper en sinaasappelschil. Breng aan de kook en laat zonder deksel een kwartiertje zachtjes koken. Op het laatste moment de garnalen en de peterselie erdoor roeren. Klaar!

De rouille: maak een dik papje van de paprikapoeder, chili en saffraan, zodat de smaken loskomen. Je maakt dan een mayonaise door de eidooiers (dat zijn er best veel, maar dat geeft een lekkere rijke smaak) even los te roeren met de mosterd. Ik nam een mengbeker met de staafmixer (een mixer of garde gaat natuurlijk ook) en voegde telkens weer een straaltje olie toe en mixte telkens tot de olie helemaal was opgenomen (geëmulgeerd) door de eidooiers. Als je een mooi gebonden mayonaise hebt, dan roer je er een scheut azijn, het kruidenpapje, de knoflookpuree, paar draaien verse peper en wat zout toe. Proef of er nog kruiderij door moet. Laat de smaken nu enkele uren in de koelkast ontwikkelen.



donderdag 19 maart 2015

Romige gehakt-tomatensaus van Liesbeth


Romige tomaten-gehaktsaus

Dit is van oorsprong een saus voor bij spaghetti, maar ook heel lekker bij rijst of op een wit of bruin knapperig puntje brood. Ik maak deze saus regelmatig en dan ook altijd in een grote hoeveelheid. Gezellig zo’n grote pan op het vuur en ik denk altijd: als ik toch eenmaal bezig ben kan ik net zo goed lekker veel maken. Een deel gaat in de diepvries, een deel eten we met spaghetti of macaroni en een paar dagen later eten we het op lekkere, zelfgemaakte broodjes.

Voor de tomaten-gehaktsaus:

  • 1 pond gehakt
  • Scheut olijfolie
  • 2 uien
  • Blikje tomatenpuree (+/- 140 gram)
  • 2 teentjes knoflook
  • 2 winterwortels
  • 4 stengels bleekselderij
  • 12 tomaten
  • Peper/zout

Voor de bechamelsaus:

  • 25 gram boter
  • 30 gram bloem
  • +/- 250 gram melk
  • Peper/zout/nootmuskaat
De gehakt-tomatensaus:

  1. Maak de uien schoon en snijd in stukjes.
  2. Maak de winterwortels schoon, halveer de wortels in de lengte en snijd in dunne plakjes.
  3. Maak de stengels bleekselderij schoon en snijd in plakjes. 
  4. Was de tomaten en snijd ze in stukjes.
  5. Schenk een scheut olijfolie in de hete pan en voeg het gehakt toe. Bak het gehakt rul. Dit gaat heel handig door even met de pureerstaaf het gehakt plat te drukken.
  6. Als het gehakt gebakken is, de uien meebakken.
  7. Voeg nu de tomatenpuree toe. Door het meebakken van de tomatenpuree wordt het minder zuur.
  8. Daarna de knoflook en de andere groenten toevoegen en nog even laten meebakken.
  9. Doe nu de stukjes tomaat in de pan. Roer het goed door en laat het ongeveer een half uur stoven. 
  10. Breng op smaak met zout en peper.

Maak ondertussen de bechamelsaus:

  1. Smelt de boter in een steelpan; laat het niet bruin worden. 
  2. Voeg de bloem in één keer toe en roer goed door met een garde. 
  3. Laat de bloem op zacht vuur garen. Dit duurt een paar minuten. Als de “roux” wit begint te kleuren is het gaar en kan de melk in gedeelten worden toegevoegd. 
  4. Voeg zoveel melk toe tot er een dikke saus ontstaat. 
  5. Breng op smaak met zout, peper en nootmuskaat.

Schenk de bechamelsaus bij de tomatensaus. Roer goed door. Proef de saus en voeg eventueel nog wat zout, peper en/of nootmuskaat toe.

De saus is nu klaar: smullen maar!

Oh ja, als je goed naar de foto kijkt kan je zien dat er al uit de pan was gesnoept voordat ik een foto had gemaakt …… tja, zo lekker is het dus!


vrijdag 13 maart 2015

Japies... van Jaap!

Japies

Ik was op zoek naar iets lekkers voor bij de koffie in het weekend. Op 24Kitchen zagen we Rudolph van Veen deze Japies maken en dat sprak gelijk aan. Niet alleen vanwege de naam (al vanaf mijn prille jeugd word ik te pas en te onpas Japie genoemd), maar vooral ook vanwege het recept zelf. Japies ontlenen hun naam aan de beginletters van Jam en Pindakaas, de twee hoofdingrediënten. In Amerika kent men de ‘Peanutbutter and Jelly sandwich’ en dit gebak is er een variant op.

een makkelijk en lekker bakrecept...

Een heerlijk recept om te maken, makkelijk en verrassend door de pindasmaak. De Japies bestaan uit een laag cakebeslag, een laagje jam en dan een laag kruimeldeeg. Je maakt ze het best in een rechthoekige bakvorm en je kunt de afgekoelde cake in mooie rechthoekige blokjes snijden. Hoe groot je die maakt is een kwestie van voorkeur.

Ik vond het cakebeslag in het recept van 24Kitchen wat slap en daarom heb ik de verhoudingen iets aangepast.

Voor ongeveer 20 Japies heb je het volgende nodig

  • Voor het kruimeldeeg:
  • 110 gr. bloem
  • 135 gr. lichtbruine suiker
  • 135 gr. pindakaas
  • 50 gr. boter


  1. Meng deze ingrediënten en verkruimel ze met een vork in een kom. Zet de kom tot gebruik in de koelkast zodat de kruimels stevig blijven.
  2. Verwarm de oven voor tot 180 graden C.
  3. Vet een vierkant bakblik (die van mij is 23x23) in met boter en bekleed de bodem met bakpapier.


  • Voor het cakebeslag:
  • 50 gr. boter
  • 120 gr. suiker
  • 100 gr. pindakaas
  • 2 eieren
  • 200 gr. bloem
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 200 ml. melk
  • snufje zout
  • Verder nog 
  • 150 gr. bosvruchtenjam
  • poedersuiker


  1. Meng met een mixer of in de keukenmachine de boter en de suiker tot het luchtig is. 
  2. Meng er de pindakaas door en klop één voor één de eieren erdoor.
  3. Zeef bloem, bakpoeder en zout er boven en schep het door het beslag. 
  4. Giet tot slot de melk erbij en klop het geheel tot een mooi samenhangend en behoorlijk vloeibaar beslag.
  5. Giet dit in de beklede bakvorm. 
  6. Roer de jam goed los en verdeel dit over het cakebeslag. Het is niet erg als het een beetje mengt met het cakebeslag. 
  7. Verdeel daarna het kruimeldeeg er losjes over en zet de vorm ca. 30-40 minuten in de oven. 
  8. Laat de cake goed afkoelen en keer hem om op een snijplank. 
  9. Snij in mooie blokken en leg ze op een schaal. 
  10. Tot slot nog bestrooien met ruim poedersuiker. 

En dan lekker genieten van een Japie (of méér)!

donderdag 5 maart 2015

Hete bliksem met hachee van gehakt

Hete bliksem met hachee van gehakt

Een heerlijke ovenschotel voor koude dagen. Maar volgens mij kan het ook prima gegeten worden tijdens de rest van het jaar. De schotel is lekker kruidig en tegelijk heel fris door de gebakken friszure appels. Ik gebruikte Goudrenet, maar het kan ook heel goed met een iets zoetere appel, zoals Elstar of Jonagold. Wij aten het met een witlofsalade en dat was een heel lekkere combinatie.

Voor 2 x 4 personen, halveer evt. de hoeveelheden.

  • de onderste laag - de hachee:
  • 1 pond gehakt
  • Scheutje olijfolie
  • 6 uien
  • 2 laurierblaadjes
  • Scheutje azijn
  • 1 dessertlepel bruine suiker
  • 1 bouillonblokje
  • Peper en zout
  • 1 dessertlepel aardappelzetmeel of maïzena
  • de middelste laag - de gebakken appels:
  • 5 appels
  • Klontje roomboter
  • ½ tl kaneelpoeder
  • de bovenste laag - de aardappelpuree:
  • 1 kilo aardappels
  • 3oo ml melk
  • Klontje roomboter
  • 1 ei
  • Peper, zout
  • 1 tl nootmuskaat
  • de topping:
  • Paneermeel
  • Paar klontjes roomboter 

De onderste laag van de ovenschotel:

  1. Bak het gehakt rul in een scheut olijfolie in een hete pan.
  2. Snijd de uien in halve ringen en bak ze mee. Zet het vuur niet te hoog, maar wel zo hoog dat ze licht kunnen karamelliseren. Zorg ervoor dat de uien niet te donker worden.
  3. Voeg laurierblaadjes, bruine suiker, bouillonblokje, azijn en peper en zout toe, én een flinke scheut water. Laat een kwartiertje stoven.
  4. Meng het bindmiddel met een klein beetje water, voeg toe en roer goed door.
  5. Zo, het eerste deel van de schotel is klaar.

De middelste laag van de schotel zijn de gebakken appels:

  1. Schil de appels en snijd ze in niet te dunne partjes.
  2. Doe een klontje boter in een hete koekenpan en bak de helft van de appelpartjes met de helft van de kaneelpoeder goudbruin. Schep uit de pan en doe hetzelfde met de tweede helft.

De derde en bovenste laag: de aardappelpuree:

  1. Schil de aardappels en snijd in kleine stukken (dan zijn de sneller gaar!).
  2. Zet op met water, waar een beetje zout aan is toegevoegd.
  3. Kook ze gaar, giet af en stoom ze droog.
  4. Verwarm ondertussen de melk met daarin het klontje boter.
  5. Stamp de aardappels fijn en voeg de warme melk en boter toe. Roer voorzichtig door.
  6. Voeg eventueel nog wat meer warme melk toe. De puree moet niet te droog zijn.
  7. Roer het ei los en roer het daarna goed door de puree.
  8. Breng op smaak met zout, peper en nootmuskaat.

Alle lagen zijn nu voorbereid: het stapelen kan beginnen.

  1. Verwarm de oven voor op 200 graden.
  2. Vet een ovenschaal in met boter.
  3. Schep het gehaktmengsel in de schaal. Leg de gebakken appels op het gehakt.
  4. Dek af met een laag aardappelpuree.
  5. Strooi een laagje paneermeel over de schotel en leg hier en daar een heel klein klontje boter.
  6. Zet in de oven en laat er een mooi goudbruin korstje op komen.

Van deze hoeveelheid kunnen twee schotels gemaakt worden voor 2 x 4 personen.
Halveer desgewenst alle hoeveelheden voor een schotel.









vrijdag 27 februari 2015

Brosse eierkoeken van Jaap

Brosse eierkoeken


Een recept met een nostalgisch tintje deze keer. In mijn piepkleine geboortestadje Goedereede vind je bakker De Vries. Een aanrader voor als je eens in de buurt bent. Het lijkt alsof de tijd daar heeft stilgestaan. Eén van de specialiteiten van deze bakker zijn de brosse eierkoeken. Iets dat ik nog nooit bij een andere bakker tegenkwam. Vroeger aten we er soms op zondagochtend eentje en ook op verjaardagen stonden ze op tafel. Ze lijken helemaal niet op de zachte eierkoeken met het kenmerkende ammoniak-geurtje; ze zijn knapperig, biscuitachtig en lijken zelfs wel wat op lange vingers… Heerlijk met wat boter en een kop koffie.

luchtige knapperige koeken

Het lukt me niet om ze precies na te maken en eigenlijk vind ik dat wel goed zo. Voor de echte moet ik toch naar Goedereede. Wel heb ik geprobeerd om eierkoeken te maken die er een beetje op lijken. Ik heb wat eierkoek recepten gelezen en op het gevoel daar een eigen recept uit gemaakt. Hierbij splits ik de eieren en klop het eiwit stijf zodat het geheel nog wat luchtiger en knapperiger wordt. Het zijn geen echte Goereese eierkoeken, maar het komt in de buurt…

Voor 6 tot 8 eierkoeken heb je het volgende nodig: 
  • 2 eieren
  • 100 gr. kristalsuiker
  • 100 gr. tarwebloem
  • halve theelepel bakpoeder
  • snufje zout 

Verwarm de oven voor op 180 graden C. en bekleed een bakplaat met bakpapier. Splits de eieren, klop de eiwitten stijf en meng in een andere kom het eigeel met de suiker. Zeef de bloem en het zout er boven en roer het goed door. Schep dan voorzichtig de eiwitten er doorheen. Zorg dat het mengsel zo luchtig mogelijk blijft. Schep met twee lepels hoopjes beslag op de bakplaat. Hou voldoende ruimte over want de eierkoeken zetten tijdens het bakken uit. Bak ze in 10-12 minuten tot ze lichtbruin zijn. Laat ze wat afkoelen en haal ze dan voorzichtig van het bakpapier. Ze plakken een beetje aan het papier. Laat ze verder afkoelen en eet ze met wat echte boter.

woensdag 18 februari 2015

Drie in de pan... van Liesbeth

Drie in de Pan

Deze week weer een ouderwets recept, maar “in een nieuw jasje”.  Gezonder en minder calorierijk dan het oorspronkelijke recept. Een heerlijk en prima alternatief voor de ouderwetse kleine, dikke pannenkoekjes die met zijn drieën tegelijk in de koekenpan gebakken worden.

Het wil overigens niet zeggen dat ik nooit meer het oorspronkelijke recept maak hoor. We houden van variatie. De basis van het vernieuwde recept bestaat uit havermout en bananen. De havermout en de bananen heb ik fijngemalen in de keukenmachine met het sikkelmes, maar het kan natuurlijk ook met de pureerstaaf.

Door de bananen zijn de pannenkoekjes zoet genoeg om zonder “versiering” te eten, maar natuurlijk is een beetje basterdsuiker of vruchtencoulis er wel heel lekker op!

  • 200 gram havermout, gemalen
  • 2 bananen
  • 2 eieren
  • 1 tl bakpoeder
  • Snuf zout


  1. Maal de havermout in de keukenmachine (of mixkom van staafmixer) met sikkelmes zo fijn mogelijk.
  2. Zet de gemalen havermout even apart in een kom.
  3. Snijd de bananen in stukken en maal ze fijn in de keukenmachine.
  4. Voeg de eieren toe en pureer tot een gladde massa.
  5. Schep vervolgens de gemalen havermout, het bakpoeder en het zout door de gepureerde
  6. massa. Laat een half uurtje rusten voor het beste bakresultaat.
  7. Verhit een koekenpan op halfhoog vuur, schenk een scheutje zonnebloemolie in de hete pan en 
  8. bak de pannenkoekjes met zijn drieën tegelijk lekker bruin.



zaterdag 7 februari 2015

Buikspek slow cooked op de barbecue... van Jaap


Buikspek op de BBQ


slow cooked

Zoals de meesten van jullie nu wel zullen weten ben ik een echte barbecue liefhebber. En ik laat me dan ook niet beperken tot die paar maandjes dat het in Nederland zomerweer is en je onbekommerd buiten kunt eten en koken. Barbecueën gaat ook prima als het wat minder weer is. Zo heb ik een paar weken geleden in de stromende regen een heerlijk stukje buikspek op de barbecue klaargemaakt. 
Je hebt wel wat tijd nodig, want grotere stukken vlees worden langzaam, slow, gegaard op de barbecue. Dat doe je volgens de indirecte methode: aan de ene kant van de barbecue liggen de kooltjes, aan de andere kant het vlees zodat het niet in direct contact komt met de hitte. 

heerlijk zacht gegaard vlees...

Op deze manier kun je, met het deksel dicht, vlees langzaam laten garen. Eigenlijk zoals je binnenshuis een oven zou gebruiken. Je hoeft dan ook niet om de vijf minuten te gaan kijken of om te draaien; iets wat goed uitkomt als het pijpenstelen regent.
Het buikspek kocht ik deze keer in Rotterdam in de Markthal. Ik heb het een nacht laten marineren en daarna een paar uur op de barbecue gelegd.

lekker bij de nasi, door de soep...

Een deel van dit heerlijke vlees hebben we in plakjes gesneden en direct geproefd. Een ander deel een dag later gegeten bij nasi en roerbakgroente; het vlees kun je zonder moeite een oosters tintje meegeven. De rest ging in de vriezer voor nog een keer nasi, dunne plakjes bij een gebakken ei en het laatste stukje heb ik vandaag in kleine blokjes door een grote pan erwtensoep gedaan. Zo maak je op een regenachtige middag zonder veel moeite een gerecht waar je een aantal keren veel plezier van hebt!
De ingrediënten:

2 stukken buikspek van ongeveer een pond. Met zwoerd, maar zonder kan ook heel goed.

Een dag van tevoren kun je beginnen met marineren. Ik wrijf de stukken spek eerst goed in met zeezout en doe ze in stevige plastic zakken (ziplocks). Vervolgens maak ik een mengsel van een paar eetlepels bruine suiker, een paar eetlepels ketjap en een eetlepel uienpoeder en knoflookpoeder. Hierop zijn allerlei variaties mogelijk. Dit mengsel giet ik in de zakken en verdeel ik goed over het vlees. Het kan nu zeker een etmaal in de koelkast blijven liggen.

Dep de volgende dag het vlees droog en steek de barbecue aan volgens de indirecte methode. Probeer, door te spelen met de ventilatieopening en de hoeveelheid kooltjes, de temperatuur op ongeveer 150 graden te houden.  Leg het vlees op het rooster met het zwoerd naar boven en laat het rustig garen. Dit duurt drie tot vier uur. De kerntemperatuur van het vlees moet ongeveer 72 graden zijn. Als je wilt kun je het zwoerd nog even grillen door het spek om te draaien en direct boven de kooltjes te leggen.
Laat het spek daarna even rusten en snij het vervolgens in mooie plakjes.



woensdag 4 februari 2015

De enige échte bitterkoekjes... van Liesbeth


BITTERKOEKJES


Ik vind het heerlijk om te koken, maar bakken is echt mijn passie.
Dat is ook te zien aan mijn recepten: de “bakrecepten” zijn in de meerderheid. Brood bakken doe ik een paar keer per week. Allerlei soorten: desembrood, brood met gist, klein brood en luxe brood. Verder bak ik vaak “wat lekkers voor bij de koffie of thee”, zoals ontbijtkoek, banket, taart en koekjes.

Mijn moeder kocht vroeger wekelijks bij onze plaatselijke banketbakker. En ik vind het leuk om de “smaken van vroeger” zoveel mogelijk te laten herleven. Zo heb ik een aantal pogingen ondernomen om hét bitterkoekje te bakken. En dan was het de bedoeling om een koekje te bakken, dat naast de goede smaak ook die heerlijke knapperige buitenkant en zachte, licht-taaie binnenkant zou hebben.

En dat is gelukt!

  • 200 gram witte amandelen, fijngemalen
  • 5 druppels bittere amandelessence
  • 200 gram witte basterdsuiker
  • 2 eiwitten
  • 2 eetlepels koud water


  1. Meng alle ingrediënten goed en schep het beslag in een spuitzak met een gladde spuitmond van ongeveer 1 cm doorsnede.
  2. Spuit “dopjes” op een met bakpapier beklede bakplaat van ongeveer 3 cm doorsnede.
  3. Maak een theedoek nat, wring de doek ook weer uit, zodat de doek niet te nat is.
  4. Vouw de doek een paar keer dubbel, zodat de doek 4 keer breder is dan de lengte.
  5. Trek de doek strak in de breedte en sla met de doek de “dopjes” deeg plat: op deze manier ontstaan tijdens het bakken de kenmerkende barstjes in het deeg.
  6. Bak de bitterkoekjes in ongeveer 12 minuten goudbruin en gaar, in een voorverwarmde oven van 185 graden C.
  7. Haal de bakplaat uit de oven en leg gelijk het bakpapier met de koekjes op het koude aanrecht. Haal vervolgens direct de koekjes van het bakpapier af en leg ondersteboven op een taartrooster om af te koelen.

Mmmmm, neem er tenminste twee tegelijk bij een kopje koffie of thee!

vrijdag 30 januari 2015

Bonensalade met appel & avocado

Lekker, gezond & makkelijk!

Een cadeautje van Bonduelle! De afgelopen week werd een pakketje bezorgd met vier blikjes gemengde bonen van Bonduelle. Een mix van limabonen, kidneybonen, kikkererwten en witte bonen. Je kunt deze salade natuurlijk maken met elke combinatie bonen. Of met linzen.

Lunch...

Donderdag heb ik een gezonde salade gemaakt en voorgeschoteld aan Annemarie van Superfoot Lifestyle. Zij vond 'm erg lekker en daarom deel ik 'm vandaag met jullie!

Bonensalade met avocado & appel

lunch voor 2 personen

1 tl. = 5 ml.
1 el. = 15 ml.

Benodigdheden:
  • 1 blikje gemengde bonen (bijv. van Bonduelle)
  • 1 friszoete appel, mooi gelijkmatig kleingesneden met schil
  • 1 rijpe avocado, in blokjes
  • 1 bosje platte peterselie, grof gehakt met stelen en al...
  • 1 heel klein rood uitje (ca. 2 el.), gesnipperd 
  • 2 el. rode wijnazijn
  • 1 el. olijfolie
  • 0,5 tl. gemalen komijn, liefst van zelf gemalen even geroosterd komijnzaad
  • peper liefst versgemalen/zout
  • tabasco of niet zoete rode chilisaus
Bereiding:

Bestrooi de uisnippers met wat zout en wrijf het er goed in, laat 10 minuten staan. Roer dan de azijn erdoor en laat nog eens 10 minuten staan. Nu smaakt de ui niet meer scherp. Roer het komijnzaad en olijfolie erdoor en enkele draaien versgemalen peper. Meng voorzichtig door alle overige ingrediënten en proef of nog extra peper en zout nodig is.

Lekker met een paar sneden desembrood & gezouten boter!



vrijdag 23 januari 2015

chocoladefudge van Jaap


Chocoladefudge


Een makkelijk recept dit keer voor een heerlijk snoepje: chocoladefudge.
Van oorsprong is fudge een mengsel van boter, suiker en melk en de bereiding is behoorlijk ingewikkeld omdat de suiker op precies de juiste temperatuur moet komen om zich goed en luchtig te mengen met de overige ingrediënten. Veel geduld, ervaring en een goede suikerthermometer zijn dan een vereiste.
In een boek van Nigella Lawson staat een recept voor een makkelijke versie van chocoladefudge. Ze maakt de fudge met gecondenseerde melk. Voor mij een bijna vergeten ingrediënt, maar inderdaad ideaal om deze heerlijke fudge mee te maken. Gecondenseerde melk is ingedikte melk waarbij, om de houdbaarheid nog te verhogen, suiker aan toegevoegd is. Verkrijgbaar in blikjes is het zowat eindeloos houdbaar en het is geen slecht idee hier wat van in de voorraadkast te bewaren.
Het fudge recept leent zich goed voor allerlei variaties in de vulling. Allerlei noten, zoals pinda’s, hazelnoten of pistaches. Maar ook gedroogde en fijngehakte zuidvruchten kunnen aan het mengsel worden toegevoegd.
Het recept is simpel, makkelijk te maken en zo klaar. En je hebt gelijk een schaal vol heerlijk snoepgoed

Voor de fudge heb je het volgende nodig: 
  • 350 gr. pure chocolade (met 65% cacao)
  • 1 blikje gecondenseerde melk
  • 30 gr. boter
  • een snufje zout
  • 150 gram gehakte noten (dit keer gebruikte ik amandelen) 
  1. Smelt in een pan met dikke bodem op een laag vuur de chocolade, boter, zout en gecondenseerde melk. Goed doorroeren totdat alles goed vermengd is.
  2. Hak de noten grof in een keukenmachine of met een mes en voeg ze toe aan het chocolademengsel.
  3. Giet alles in een platte bakvorm (die van mij is 20x20 cm.) en strijk de bovenkant glad. Het is handig om de bodem te bekleden met een bakpapier, dan laat het makkelijker los
  4. Laat de fudge een uur of twee opstijven in de koelkast. Haal de plak uit de vorm en snij er kleine vierkantjes van.
  5. Bewaar de fudge in de koelkast.



woensdag 21 januari 2015

(winter)salade met rookworst van Liesbeth


(Winter-)salade met rookworst


Na een aantal behoorlijk arbeidsintensieve recepten dit keer een makkelijk recept, met rookworst in de hoofdrol. Rookworst van de duurzame slager uiteraard. De basisingrediënten zijn, naast de rookworst, aardappel, appel en ui: een heerlijke combinatie. Aangevuld met één of meerdere beetgare groentes (varieer hierin: zo smaakt het elke keer weer anders), en op smaak gebracht met (verse) kruiden en een lichte dressing.

Heb je liever een vegetarische salade, vervang dan de rookworst voor een vegetarische variant (bijvoorbeeld van Albert Heijn) of laat de worst gewoon weg. Ook lekker met gerookte kip!

Ingrediënten:

  • 1 rookworst
  • 6 middelgrote aardappels
  • 2 appels
  • 1 rode ui
  • 1 stronk broccoli en/of
  • 250 gram speciebonen en/of
  • 2 winterwortels en/of
  • 1 venkelknol
  • Paar takjes platte peterselie
  • Bosje bieslook
  • Peper en zout
  • 2 hard gekookte eieren

Voor de dressing:

  • 4 el Griekse Yoghurt
  • 1 el mayonaise
  • 1 tl mosterd
  • 2 el citroensap
  • Scheutje gembersiroop
  • Peper en zout


  1. Begin met het wellen van de rookworst: zet de worst op met koud water en laat op laag vuur tegen de kook aankomen. Zet de warmtebron uit zodra het water begint te koken. Leg de worst op een bord en laat afgedekt afkoelen tot lauwwarm.
  2. Schil de aardappel, snijd ze in blokjes en kook ze kort: ze moeten stevig blijven.
  3. Maak de groente schoon, snijd ze in kleine roosjes of plakjes en blancheer ze: kook water met zout, voeg de groente toe, kook ze kort. De kooktijd is afhankelijk van de soort groente: broccoli is bijvoorbeeld sneller klaar dan winterwortel. Spoel ze daarna af met koud water zodat het kookproces direct stopt.
  4. Snijd de appels in blokjes die even groot zijn als de blokjes aardappel.
  5. Snijd of knip de kruiden in kleine stukjes.
  6. Schep alle ingrediënten voorzichtig door elkaar.
  7. Pel de eieren en snijd ze in partjes.
  8. Meng voor de dressing de ingrediënten. Proef de dressing en voeg eventueel nog wat mosterd, citroensap of gembersiroop toe.
  9. Meng de salade met de dressing en garneer met de partjes ei en een paar takjes bieslook en platte peterselie.



woensdag 14 januari 2015

Worstenbroodjes met chutney & variaties met worst


Borrelhapje, bij de soep of gewoon in het weekend…

Voor 2e Kerstdag maakte mijn man een Boeuf Wellington! Dat kan hij heel goed en hij volgt dan een recept van Gordon Ramsey. Het vlees bestellen we bij okvlees.nl. En dat is meer dan ok! Want het is biologisch vlees en je hebt ruime keuze. Wij kozen voor ossenhaas. Omdat mijn man moeite heeft om kleine plakjes bladerdeeg netjes tot een plak te rollen, nam hij zo’n grote rol van Tante Fanny. Dat is gemaakt van plantaardige ingrediënten. En dat proef je ook. Want ik hou erg van de smaak van roomboter. Dus die miste ik wel in de Boeuf. Mijn man koop altijd groot in… dus er lag nóg een rol in de koelkast als back-up als het fout ging of toch tekort kwam.

appelchutney, snelle versie

Die rol lag er een week later nog. Dus verzon ik deze kleine broodjes. Ze zijn gevuld met biologische chipolataworstjes van AH (de runderversie). Mijn kasten puilen uit van de zelfgemaakte chutney. Vooral veel appelchutney. Dus die heb ik gebruikt. Maar als je zelf geen chutney hebt, dan kun je ook mangochutney uit de winkel gebruiken. Of zelf snel een mengseltje koken voor eenmalig gebruik. 

Dan kook je een appel in dobbelstenen, een handje rozijnen, 2 sjalotten, een kaneelstokje, 1 tl. gemberpoeder, 1 tl. zout, 2 el. bruine suiker en 1 dl. witte wijnazijn tot het ingekookt is en een druppel op een schoteltje niet uitvloeit maar dik en gelatineus is. Af laten koelen.

worst over?

De stukjes worst die je over hebt, kun je in de oven meegaren. Ik prikte er gemberbolletjes (op suikersiroop) op en serveerde dat ook als borrelhapje. Je kan de rauwe stukjes worst ook in een plakje pancetta of ontbijtspek wikkelen en goudbruin en knapperig bakken in een koekenpan. Daar kun je ook gember op prikken. Of een stukje perzik (bijv. uit blik), sappige peer of verse vijg. Lekker als fruitig smaakelement.

Worstenbroodjes met chutney

voor ca. 12 broodjes

Benodigdheden:
  • 1 rol bladerdeeg à 270 gram van Tante Fanny
  • 1 schaaltje chipolataworstjes rund biologisch van AH, in stukjes van 3 cm. (je houdt wat worst over)
  • enkele eetlepels (appel)chutney (of gekochte mangochutney)
  • losgeklopt ei
  • schaaltje water en kwast voor bevochtigen
  • 50 gram geraspte belegen kaas

Bereiding:

Verwarm de oven voor tot 200 graden C. Verdeel de bladerdeeg in 12 lapjes van gelijke grootte. Leg een stukje rauwe worst op een zijde, verdeel er een volle theelepel chutney over. Bestrijk de randen met water en vouw dicht. Neem een vork en druk de randen aan. Bestrijk met het ei en bestrooi met geraspte kaas. Plaats in de oven en bak 20-25 minuten tot het bladerdeeg goudgeel is en de worstjes gaar. Smaakt lekker als borrelhapje en combineert goed met een glaasje port. Bij de soep of gewoon zomaar…

vrijdag 9 januari 2015

Italiaanse runderstoof van Jaap

Italiaanse runderstoof

Allereerst wil ik natuurlijk iedereen die dit leest nog een fantastisch mooi Nieuwjaar wensen. Veel gezondheid en liefde én veel goed en lekker eten!
De kerstvakantie zit er weer op en we brachten aardig wat uurtjes in de keuken door. Naast het traditionele kersteten, kerstbrood en een feestje op Oudejaarsavond met een heus koud buffet had ik tijd om weer eens ouderwets stoofvlees te maken. Heerlijk, een pan die uren staat te pruttelen waardoor je tijd genoeg hebt om allerlei andere dingen te doen en het steeds lekkerder gaat ruiken in de keuken.
Dit recept is een echte familie favoriet; het stoofvlees krijgt een Italiaans tintje door toevoeging van tomaat en Italiaanse kruiden. Het is heerlijk als pastasaus met wat geraspte kaas en gesnipperde bosui.
Voor dit stoofvlees heb je het volgende nodig: 
  • 1 kg. (biologische) runderlappen (op kamertemperatur)
  • 2 eetlepels vleeskruiden
  • 2 grote uien in halve ringen gesneden
  • 2 teentjes knoflook, gesnipperd
  • 3 wortelen, in stukken
  • handvol krielaardappels, geschild en in tweeën gesneden
  • handvol champignons, gehalveerd
  • 1 blik tomatenblokjes, of een gelijke hoeveelheid passata
  • 2 dl. rode wijn
  • 1 runderbouillonblokje
  • 2 eetlepels bloem
  • scheutje rode wijnazijn
  • 2 gedroogde laurierblaadjes
  • water
  • peper
  • zout
  • olijfolie
  • boter 
Verwarm de oven voor tot 140 graden.
Snij het vlees in stukken van ongeveer 5 cm. Bestrooi het met de vleeskruiden en laat het even staan. Snij ondertussen de groentes. Je kunt hierin natuurlijk variëren. Ook bijvoorbeeld pompoen of pastinaak kunnen prima meesudderen in de saus.

Bak het vlees in een braadpan in kleine hoeveelheden bruin (zodat het bakvet warm blijft) in een mengsel van boter en olijfolie. Schep het met een schuimspaan uit de pan. Bak in hetzelfde vet (evt. nog wat boter erbij) de ui glazig en voeg dan de andere groentes toe. Laat dit een minuut of tien bakken en roer het regelmatig om. 

Voeg de Italiaanse kruiden toe en strooi er vervolgens de bloem over. Roer goed en laat het even meegaren. Giet de wijn erbij en roer tot de saus begint te binden. Verkruimel het bouillonblokje en doe de tomaten erbij. Breng alles aan de kook en doe het vlees ook weer in de pan. Giet er een scheutje rode wijnazijn en de laurierblaadjes bij en eventueel wat heet water zodat het vlees onder staat. 

Zet de afgesloten pan in de oven en laat het zeker vier uur in de oven sudderen. Je kunt het nog een uurtje langer laten staan met het deksel van de pan zodat de saus nog wat indikt.

Met dit recept krijg je een volle dikke saus en vlees dat gemakkelijk uiteenvalt. Schep dit heerlijke mengsel over een bordje pasta en strooi er wat geraspte kaas over. 

Samen met wat bosui, augurkjes of kappertjes een heerlijke smakelijke maaltijd. Ik at er ook nog een zelfgebakken boterham bij om ook van de laatste restjes te kunnen genieten!


woensdag 31 december 2014

Knijpertjes van Liesbeth


KNIJPERTJES


Op de laatste dag van het jaar een recept van mijn moeder, dat zij weer van haar moeder kreeg. Oorspronkelijk is het een recept uit 1800!  Elk jaar werden ze door haar gebakken: knijpertjes! Of zoals ze in Drenthe zeggen: “knieperties”. En die traditie heb ik voortgezet. Alleen aan het eind van het jaar bak ik deze heerlijke, dunne wafeltjes met een speciaal knijpertjesijzer.

Volgens traditioneel gebruik worden knijpertjes vooral in Drenthe, Groningen, Twente en de Achterhoek rond de jaarwisseling gebakken. Het is vrij arbeidsintensief, maar ik bak altijd met 2 ijzers (jawel, ook het oude ijzer van mijn moeder gebruik ik nog steeds). Binnen een paar uur heb ik van een dubbel recept een paar trommels vol gebakken. Ze zijn heerlijk bij de koffie en ook bij de thee. Enne …… we nemen er altijd een paar tegelijk: mmmmm!

Varieer met de hoeveelheid suiker. Mijn moeder was een zoetekauw, dus zij gebruikte veel suiker. Ik niet: ik vind ze met minder suiker lekkerder. Ik gebruik 100 gram minder, dus: 350 gram suiker op een pond bloem.

Als extra ingrediënt voegde mijn moeder altijd een scheutje brandewijn toe. Voor de “brossigheid”, zei ze altijd. Ik doe dat ook, maar het hoeft natuurlijk niet.

  • 1 pond bloem
  • 450 gram of minder kristal- of witte basterdsuiker,
  • 1 eetlepel vanillesuiker
  • 250 gram boter
  • 2 kleine eieren
  • Mespuntje zout
  • Halve liter lauw water
  • Eventueel mespuntje kaneel
  • Eventueel een scheutje brandewijn


  1. Boter laten smelten: doe dit langzaam, het mag niet gaan borrelen.
  2. De gesmolten boter mengen met de suiker, vanillesuiker en de eieren.
  3. Dit wordt een dikke massa. De suiker lost niet gelijk helemaal op.
  4. In een andere kom het meel met het lauwe water mengen.
  5. Let op: het water moet echt lauw zijn, anders klontert het meel!
  6. Dan beide massa’s samenvoegen en goed doorroeren.
  7. Laat het beslag enkele uren, afgedekt, staan voor gebruik.
  8. Voor het bakken het ijzer goed heet laten worden en de beide zijden van het ijzer insmeren met zonnebloemolie.
  9. Schep een eetlepel beslag in het ijzer, sluit het ijzer en druk even stevig aan om mooie dunne knijpertjes te krijgen.

NB: Het beslag kan ook dunner gemaakt worden: voeg dan meer water toe tot het beslag vloeibaarder wordt. Om het beslag vervolgens goed te kunnen doseren gebruik ik plastic flessen van bijvoorbeeld tomatenketchup. Het beslag giet ik in de fles m.b.v. een trechter. De doseerdop is heel handig voor het doseren van de juiste hoeveelheid beslag in het ijzer, en dan ook nog eens zonder te morsen!

Wij eten de knijpertjes altijd plat, maar ze kunnen natuurlijk ook opgerold worden om de steel van een houten lepel. Dit moet direct na het bakken gebeuren, als het knijpertje nog heet en daardoor buigzaam is. Zodra ze zijn afgekoeld zijn ze bros en breken ze.  Vul ze vervolgens met slagroom: ook heel lekker!

Column Lisette, 31 december 2014

Lisette

vrouw - moeder - zus - tante - docente - 
creatief - gewichtsconsulente - broodbakken - 
groentetuintje - voeding - sport

Van Blokker naar Enkhuizen, langs Medemblik en naar Lutjebroek. Een kastje uit Hoorn en een tafel uit een dorp verder. Ik sprokkel van alles bij elkaar en marktplaats spit ik door op zoek naar leuke koopjes. Per januari bereid ik mijn praktijk uit naar een locatie in de binnenstad! Hier kan ik ook de individuele trajecten gaan doen en er is een grote ruimte waar ik een groepscursus kan gaan geven!

Vanaf januari start ik ook een groepscursus in samenwerking met een sport- dansstudio. Ideaal natuurlijk, ik doe het voeding- en weeg gedeelte en daarna lekker wat calorieën verbranden!

Ook zal ik op de dinsdagavonden nog bij de sportschool zitten, om te wegen en advies te geven. Dus druk bezette avonden komen er aan, maar wel heel erg leuk! Ik geniet er echt van als mensen zich in een traject bewust worden van gewoonten en veranderingen in gang kunnen zetten. Super leuk als je een groepje mensen bewust kan maken!

Laatste dag van 2014, we gaan oliebollen bakken! Het lijkt moeilijker dan het is… het is misschien meer de geur van oliebollenolie in huis dat tegen staat. Zet de frituurpan in de schuur of buiten, of de afzuigkap op de hoogste stand.

Je hebt niet veel nodig om oliebollen te bakken: bloem, gist, melk, een theelepel zout en natuurlijk olie om in te bakken. Dit kan zonnebloemolie zijn of frituurolie. Voor gevulde oliebollen heb je nog krenten en rozijnen nodig.

Verwarm ½ liter melk tot handwarm. Meng 500 g bloem met 1 theelepel zout en 1 zakje gedroogde gist. Schenk langzaam de warme melk erbij en roer met een houtenlepel of met een mixer met deeghaken tot een glad beslag. Als je gevulde oliebollen wilt maken, bijvoorbeeld met rozijnen, moet je nu de vulling toevoegen. Je kunt in deze hoeveelheid deeg ongeveer 300 gram vulling verwerken.  Dek de kom af met een vochtige doek en zet de kom op een warme plek. Laat het deeg 1 uur rijzen. Je kunt hiervan 15 tot 20 oliebollen bakken. 

Verwarm zonnebloemolie of frituurolie tot 180° C. Dompel een ijsboltang of lepel even in de hete olie en schep hiermee een bolletje uit het gerezen deeg. En laat de bol voorzichtig in de olie glijden. Het deeg zakt naar beneden, maar komt als het gaar wordt bovendrijven. Bak zo 4-5 oliebollen tegelijk. Een oliebol is in ca. 8 minuten gaar en mooi bruin. Draai de bollen halverwege om met een vork of schuimspaan. Laat de bollen uitlekken op keukenpapier voordat je ze op een schaal legt. Bestrooi ze voor serveren eventueel met een beetje poedersuiker.


Ik wil iedereen een hele fijne jaarwisseling wensen en een mooi en liefdevol 2015!

Tot de volgende keer…

zaterdag 20 december 2014

Aardbei-kerstmannetjes: Bij Jaap

Aardbei-kerstmannetjes

Simpel en leuk om te doen in de kerstvakantie: Kerstmannetjes maken van aardbeien en room. Kinderen zullen het prachtig vinden om te helpen met een gezond toetje/hapje voor bij het kerstdiner

voor de Kerstmannetjes heb je het volgende nodig:

  • 1 doosje (grote) aardbeien
  • 1 bakje mascarpone
  • 1 á 2 eetlepels suiker
  • wat hagelslag

Was de aardbeien en dep ze droog. Snij de kroontjes er af en halveer de aardbeien op ongeveer een derde van de lengte.
Vermeng de mascarpone met de suiker en doe met een theelepel een schepje van dit mengsel op de doormidden gesneden aardbeien en zet de puntjes er op. Zo ontstaat een Kerstmannetje. Met hagelslag maak je een mondje, neus en oogjes .Ik gebruik mascarpone in plaats van gewone slagroom omdat dit veel langer stevig blijft. Je zou ook roomkaas kunnen gebruiken. Met een tandenstoker en wat room kun je de mannetjes nog verder versieren. Zet de mannetjes op een mooie schaal en bewonder het resultaat!

woensdag 17 december 2014

Pasteitjes met kalfsragout van Liesbeth + zelf bladerdeeg maken stap-voor-stap + film





PASTEITJES   MET  KALFSRAGOUT

 Ik houd van speciale gerechten voor speciale gelegenheden. Zo maak ik al “100” jaar kalfsragout voor het kerstdiner. Soms denk ik erover om nu toch eens wat anders maken, maar als ik dat in mijn gezin ter sprake breng, dan stellen zij altijd weer voor om toch vooral weer de kalfsragout te maken.
Aan mijn duurzame slager geef ik altijd op tijd aan dat ik voor de kerstdagen weer kalfsvlees en kalfsbotten nodig heb. Hij slacht nog zelf en deze kalfjes worden alleen geslacht als ze bijvoorbeeld een gebroken poot hebben. Zo slacht hij als het nodig is en bewaart hij het vlees in de diepvries.
Kalfsvlees heeft een speciale smaak en het blijft bijzonder als je het af en toe eet.

Voor de ragout ga je op dezelfde manier te werk als bij de ragout voor de kalfsvleeskroketten. (Ik kan hierbij wel verklappen dat ik voor het maken van de kroketten, rundvlees heb gebruikt en geen kalfsvlees. Kalfvlees “bewaar” ik echt voor kerst!)

Om extra smaak aan de bouillon te geven vraag ik de slager altijd om botten bij het kalfsvlees.
Hij geeft mij altijd een zakje vol mee. Vraag het ook eens aan jouw slager: hij weet hoeveel botten je nodig hebt voor de hoeveelheid vlees dat je koopt.

Voor het maken van de ragout verwijs ik naar mijn recept voor de kalfsvleeskroketten.
Alleen is de gelatine niet nodig in dit recept. De gelatine wordt in het recept voor de kroketten gebruikt om de ragout op te laten stijven, zodat er kroketten van gerold kunnen worden.

Botten bruneren

Voordat de bouillon getrokken wordt laat ik de botten bruneren in de oven. Leg hiervoor de botten in een ovenschaal of op de bakplaat en besprenkel ze met wat olie. Zet de botten ongeveer een half uur in een oven van 180 graden C. Zorg dat de botten niet verbranden. Draai de botten na een kwartier om. Trek vervolgens de bouillon, zoals ik heb beschreven in het recept van de kroketten.

voor de pasteitjes gebruik ik ragoutbakjes van bladerdeeg
Ragoutbakjes zijn, vooral voor feestdagen, volop verkrijgbaar. Maar zelf maken is natuurlijk veel leuker. Dat kan natuurlijk met kant en klaar bladerdeeg, maar zelf bladerdeeg maken is nóg veel leuker. En het is helemaal niet moeilijk. En ook echt niet tijdrovend. Het grootste deel van de tijd ligt het deeg te rusten in de koelkast. En elke keer als het deeg bewerkt moet worden duurt dat ongeveer 10 minuten. En als dan uiteindelijk de bakjes in de oven vorm gaan krijgen is dat de kroon op het werk.

zelf bladerdeeg maken

Voor het maken van het bladerdeeg volg ik altijd het recept van Cees Holtkamp. Kijk op dit handige filmpje op Foodtube. Als je dat filmpje goed volgt, dan kan het echt niet mislukken. Bladerdeeg wordt gemaakt op basis van een deeg, gemaakt van bloem, zout, water en een klein beetje boter. Vervolgens wordt er een plak boter in het deeg verpakt. Daarna wordt het pakketje uitgerold, opgevouwen, een kwartslag gedraaid, en weer uitgerold en opgevouwen. Dit wordt nog een paar keer herhaald en zo ontstaat een deeg van hele dunne laagjes deeg en boter.

In Frankrijk wordt dit millefeuilles  genoemd, wat duizend laagjes betekent. Tijdens het bakproces smelt de boter, verdampt het water, waardoor de luchtlaagjes ontstaan, en verhardt het deeg. Zo ontstaan de hele dunne laagjes in gebakken bladerdeeg.

Benodigdheden voor roomboterbladerdeeg:
  • 500 gram bloem
  • 100 gram roomboter
  • 275 gram koud water
  • 10 gram zout
  • 350 gram roomboter 
  1. Kneed van bloem, 100 gram roomboter, water en zout snel een deegbal. Kneed niet langer dan nodig is, want dan wordt het taai. Laat het deeg een half uur rusten.
  2. Maak van de 350 gram roomboter een vierkante platte plak. 
  3. Druk de deegbal plat tot een vierkante platte plak en rol de vier hoeken naar buiten platter uit, zodat er in het midden een dikker stuk deeg overblijft. Leg op dat dikke middenstuk de plak boter en vouw vervolgens de vier punten erover heen.
  4. Je hebt nu de boter ingepakt in het deeg.
  5. Druk het plat met je handen en rol het in de lengte uit. De lengte moet 3 x langer worden dan de breedte. Vouw het deeg op: vanaf de onderste korte kant over 2/3 van het deeg, vanaf de bovenste korte kant over 1/3 van het deeg. Vouw dit in de lengte nog één keer dubbel. Draai het deeg een kwartslag en rol het weer uit: de lengte moet weer 3 x langer worden dan de breedte. Vouw het deeg weer op, zoals hierboven is beschreven. Verpak het deeg vervolgens in plastic folie en leg het een uur in de koelkast. 
  6. Na dit uur in de koelkast is het deeg tot rust gekomen en laat het zich weer makkelijk bewerken. Het kan weer uitgerold worden zonder dat het deeg terugveert. Herhaal 2 x het uitrollen en vouwen, zoals hierboven is beschreven. Na de derde keer is het deeg klaar voor verdere verwerking. Maar ook nu geldt: laat het een paar uur rusten in de koelkast. Eén of 2 dagen is ook prima. Ideaal om voor te bereiden. Het kan ook heel goed bewaard worden in de diepvries. Verdeel het daarvoor in platte pakketjes en laat het langzaam ontdooien in de koelkast. Haal in dit geval de benodigde hoeveelheid een dag voor gebruik uit de diepvries.

het vormen van de ragoutbakjes:

  1. Bekleed een bakplaat met bakpapier en maak het bakpapier een beetje vochtig met water.
  2. Om de ragoutbakjes te vormen moet het deeg uitgerold worden tot een laag van ongeveer 4 mm dik.
  3. Voor 2 bakjes 4 ringen van ongeveer 7 cm uitsteken. Ik gebruikte hiervoor uitsteekringen, maar het kan natuurlijk ook met een glas. Steek vervolgens uit 2 cirkels, 2 kleinere cirkels uit, zodat er een bladerdeegrand van 1 cm breed overblijft (zie de foto met de uitgeknipte vormpjes als voorbeeld.
  4. Leg de cirkels deeg (de bodem) op het bakpapier, bestrijk met losgeklopt ei en leg er de bladerdeegranden bovenop. Doe dit nauwkeurig, want het deeg blijft direct aan elkaar plakken.
  5. Bestrijk vervolgens de rand met het ei. Zorg ervoor dat er geen ei over de rand loopt, want dan bakken de bakjes scheef. Zet de bakplaat op een koele plaats. Het deeg moet nu even rusten voor een mooier resultaat.
Verwarm de oven voor op 200 graden C.
  1. Bak de pastei-/ragoutbakjes 15 minuten, verlaag daarna de temperatuur naar 150 graden C. en bak nog eens ruim 10 minuten tot de bakjes mooi goudbruin en gaar zijn.
  2. Haal de bakjes uit de oven en snijd het binnenste gedeelte los: dit kan als dekseltje worden gebruikt, nadat de ragout in de bakjes is geschept.
  3. De pastei-/ragoutbakjes kunnen enkele weken bewaard worden in een afgesloten trommel. 
  4. Pep de bakjes, voordat ze geserveerd worden, in een voorverwarmde oven van 150 graden C. op, in ongeveer 15 minuten.
  5. Vul de bakjes met de kalfsragout en garneer met een takje peterselie.
Dat wordt weer smullen met de kerst!