vrijdag 27 februari 2015

Brosse eierkoeken van Jaap

Brosse eierkoeken


Een recept met een nostalgisch tintje deze keer. In mijn piepkleine geboortestadje Goedereede vind je bakker De Vries. Een aanrader voor als je eens in de buurt bent. Het lijkt alsof de tijd daar heeft stilgestaan. Eén van de specialiteiten van deze bakker zijn de brosse eierkoeken. Iets dat ik nog nooit bij een andere bakker tegenkwam. Vroeger aten we er soms op zondagochtend eentje en ook op verjaardagen stonden ze op tafel. Ze lijken helemaal niet op de zachte eierkoeken met het kenmerkende ammoniak-geurtje; ze zijn knapperig, biscuitachtig en lijken zelfs wel wat op lange vingers… Heerlijk met wat boter en een kop koffie.

luchtige knapperige koeken

Het lukt me niet om ze precies na te maken en eigenlijk vind ik dat wel goed zo. Voor de echte moet ik toch naar Goedereede. Wel heb ik geprobeerd om eierkoeken te maken die er een beetje op lijken. Ik heb wat eierkoek recepten gelezen en op het gevoel daar een eigen recept uit gemaakt. Hierbij splits ik de eieren en klop het eiwit stijf zodat het geheel nog wat luchtiger en knapperiger wordt. Het zijn geen echte Goereese eierkoeken, maar het komt in de buurt…

Voor 6 tot 8 eierkoeken heb je het volgende nodig: 
  • 2 eieren
  • 100 gr. kristalsuiker
  • 100 gr. tarwebloem
  • halve theelepel bakpoeder
  • snufje zout 

Verwarm de oven voor op 180 graden C. en bekleed een bakplaat met bakpapier. Splits de eieren, klop de eiwitten stijf en meng in een andere kom het eigeel met de suiker. Zeef de bloem en het zout er boven en roer het goed door. Schep dan voorzichtig de eiwitten er doorheen. Zorg dat het mengsel zo luchtig mogelijk blijft. Schep met twee lepels hoopjes beslag op de bakplaat. Hou voldoende ruimte over want de eierkoeken zetten tijdens het bakken uit. Bak ze in 10-12 minuten tot ze lichtbruin zijn. Laat ze wat afkoelen en haal ze dan voorzichtig van het bakpapier. Ze plakken een beetje aan het papier. Laat ze verder afkoelen en eet ze met wat echte boter.

woensdag 18 februari 2015

Drie in de pan... van Liesbeth

Drie in de Pan

Deze week weer een ouderwets recept, maar “in een nieuw jasje”.  Gezonder en minder calorierijk dan het oorspronkelijke recept. Een heerlijk en prima alternatief voor de ouderwetse kleine, dikke pannenkoekjes die met zijn drieën tegelijk in de koekenpan gebakken worden.

Het wil overigens niet zeggen dat ik nooit meer het oorspronkelijke recept maak hoor. We houden van variatie. De basis van het vernieuwde recept bestaat uit havermout en bananen. De havermout en de bananen heb ik fijngemalen in de keukenmachine met het sikkelmes, maar het kan natuurlijk ook met de pureerstaaf.

Door de bananen zijn de pannenkoekjes zoet genoeg om zonder “versiering” te eten, maar natuurlijk is een beetje basterdsuiker of vruchtencoulis er wel heel lekker op!

  • 200 gram havermout, gemalen
  • 2 bananen
  • 2 eieren
  • 1 tl bakpoeder
  • Snuf zout


  1. Maal de havermout in de keukenmachine (of mixkom van staafmixer) met sikkelmes zo fijn mogelijk.
  2. Zet de gemalen havermout even apart in een kom.
  3. Snijd de bananen in stukken en maal ze fijn in de keukenmachine.
  4. Voeg de eieren toe en pureer tot een gladde massa.
  5. Schep vervolgens de gemalen havermout, het bakpoeder en het zout door de gepureerde
  6. massa. Laat een half uurtje rusten voor het beste bakresultaat.
  7. Verhit een koekenpan op halfhoog vuur, schenk een scheutje zonnebloemolie in de hete pan en 
  8. bak de pannenkoekjes met zijn drieën tegelijk lekker bruin.



zaterdag 7 februari 2015

Buikspek slow cooked op de barbecue... van Jaap


Buikspek op de BBQ


slow cooked

Zoals de meesten van jullie nu wel zullen weten ben ik een echte barbecue liefhebber. En ik laat me dan ook niet beperken tot die paar maandjes dat het in Nederland zomerweer is en je onbekommerd buiten kunt eten en koken. Barbecueën gaat ook prima als het wat minder weer is. Zo heb ik een paar weken geleden in de stromende regen een heerlijk stukje buikspek op de barbecue klaargemaakt. 
Je hebt wel wat tijd nodig, want grotere stukken vlees worden langzaam, slow, gegaard op de barbecue. Dat doe je volgens de indirecte methode: aan de ene kant van de barbecue liggen de kooltjes, aan de andere kant het vlees zodat het niet in direct contact komt met de hitte. 

heerlijk zacht gegaard vlees...

Op deze manier kun je, met het deksel dicht, vlees langzaam laten garen. Eigenlijk zoals je binnenshuis een oven zou gebruiken. Je hoeft dan ook niet om de vijf minuten te gaan kijken of om te draaien; iets wat goed uitkomt als het pijpenstelen regent.
Het buikspek kocht ik deze keer in Rotterdam in de Markthal. Ik heb het een nacht laten marineren en daarna een paar uur op de barbecue gelegd.

lekker bij de nasi, door de soep...

Een deel van dit heerlijke vlees hebben we in plakjes gesneden en direct geproefd. Een ander deel een dag later gegeten bij nasi en roerbakgroente; het vlees kun je zonder moeite een oosters tintje meegeven. De rest ging in de vriezer voor nog een keer nasi, dunne plakjes bij een gebakken ei en het laatste stukje heb ik vandaag in kleine blokjes door een grote pan erwtensoep gedaan. Zo maak je op een regenachtige middag zonder veel moeite een gerecht waar je een aantal keren veel plezier van hebt!
De ingrediënten:

2 stukken buikspek van ongeveer een pond. Met zwoerd, maar zonder kan ook heel goed.

Een dag van tevoren kun je beginnen met marineren. Ik wrijf de stukken spek eerst goed in met zeezout en doe ze in stevige plastic zakken (ziplocks). Vervolgens maak ik een mengsel van een paar eetlepels bruine suiker, een paar eetlepels ketjap en een eetlepel uienpoeder en knoflookpoeder. Hierop zijn allerlei variaties mogelijk. Dit mengsel giet ik in de zakken en verdeel ik goed over het vlees. Het kan nu zeker een etmaal in de koelkast blijven liggen.

Dep de volgende dag het vlees droog en steek de barbecue aan volgens de indirecte methode. Probeer, door te spelen met de ventilatieopening en de hoeveelheid kooltjes, de temperatuur op ongeveer 150 graden te houden.  Leg het vlees op het rooster met het zwoerd naar boven en laat het rustig garen. Dit duurt drie tot vier uur. De kerntemperatuur van het vlees moet ongeveer 72 graden zijn. Als je wilt kun je het zwoerd nog even grillen door het spek om te draaien en direct boven de kooltjes te leggen.
Laat het spek daarna even rusten en snij het vervolgens in mooie plakjes.



woensdag 4 februari 2015

De enige échte bitterkoekjes... van Liesbeth


BITTERKOEKJES


Ik vind het heerlijk om te koken, maar bakken is echt mijn passie.
Dat is ook te zien aan mijn recepten: de “bakrecepten” zijn in de meerderheid. Brood bakken doe ik een paar keer per week. Allerlei soorten: desembrood, brood met gist, klein brood en luxe brood. Verder bak ik vaak “wat lekkers voor bij de koffie of thee”, zoals ontbijtkoek, banket, taart en koekjes.

Mijn moeder kocht vroeger wekelijks bij onze plaatselijke banketbakker. En ik vind het leuk om de “smaken van vroeger” zoveel mogelijk te laten herleven. Zo heb ik een aantal pogingen ondernomen om hét bitterkoekje te bakken. En dan was het de bedoeling om een koekje te bakken, dat naast de goede smaak ook die heerlijke knapperige buitenkant en zachte, licht-taaie binnenkant zou hebben.

En dat is gelukt!

  • 200 gram witte amandelen, fijngemalen
  • 5 druppels bittere amandelessence
  • 200 gram witte basterdsuiker
  • 2 eiwitten
  • 2 eetlepels koud water


  1. Meng alle ingrediënten goed en schep het beslag in een spuitzak met een gladde spuitmond van ongeveer 1 cm doorsnede.
  2. Spuit “dopjes” op een met bakpapier beklede bakplaat van ongeveer 3 cm doorsnede.
  3. Maak een theedoek nat, wring de doek ook weer uit, zodat de doek niet te nat is.
  4. Vouw de doek een paar keer dubbel, zodat de doek 4 keer breder is dan de lengte.
  5. Trek de doek strak in de breedte en sla met de doek de “dopjes” deeg plat: op deze manier ontstaan tijdens het bakken de kenmerkende barstjes in het deeg.
  6. Bak de bitterkoekjes in ongeveer 12 minuten goudbruin en gaar, in een voorverwarmde oven van 185 graden C.
  7. Haal de bakplaat uit de oven en leg gelijk het bakpapier met de koekjes op het koude aanrecht. Haal vervolgens direct de koekjes van het bakpapier af en leg ondersteboven op een taartrooster om af te koelen.

Mmmmm, neem er tenminste twee tegelijk bij een kopje koffie of thee!

vrijdag 30 januari 2015

Bonensalade met appel & avocado

Lekker, gezond & makkelijk!

Een cadeautje van Bonduelle! De afgelopen week werd een pakketje bezorgd met vier blikjes gemengde bonen van Bonduelle. Een mix van limabonen, kidneybonen, kikkererwten en witte bonen. Je kunt deze salade natuurlijk maken met elke combinatie bonen. Of met linzen.

Lunch...

Donderdag heb ik een gezonde salade gemaakt en voorgeschoteld aan Annemarie van Superfoot Lifestyle. Zij vond 'm erg lekker en daarom deel ik 'm vandaag met jullie!

Bonensalade met avocado & appel

lunch voor 2 personen

1 tl. = 5 ml.
1 el. = 15 ml.

Benodigdheden:
  • 1 blikje gemengde bonen (bijv. van Bonduelle)
  • 1 friszoete appel, mooi gelijkmatig kleingesneden met schil
  • 1 rijpe avocado, in blokjes
  • 1 bosje platte peterselie, grof gehakt met stelen en al...
  • 1 heel klein rood uitje (ca. 2 el.), gesnipperd 
  • 2 el. rode wijnazijn
  • 1 el. olijfolie
  • 0,5 tl. gemalen komijn, liefst van zelf gemalen even geroosterd komijnzaad
  • peper liefst versgemalen/zout
  • tabasco of niet zoete rode chilisaus
Bereiding:

Bestrooi de uisnippers met wat zout en wrijf het er goed in, laat 10 minuten staan. Roer dan de azijn erdoor en laat nog eens 10 minuten staan. Nu smaakt de ui niet meer scherp. Roer het komijnzaad en olijfolie erdoor en enkele draaien versgemalen peper. Meng voorzichtig door alle overige ingrediënten en proef of nog extra peper en zout nodig is.

Lekker met een paar sneden desembrood & gezouten boter!



vrijdag 23 januari 2015

chocoladefudge van Jaap


Chocoladefudge


Een makkelijk recept dit keer voor een heerlijk snoepje: chocoladefudge.
Van oorsprong is fudge een mengsel van boter, suiker en melk en de bereiding is behoorlijk ingewikkeld omdat de suiker op precies de juiste temperatuur moet komen om zich goed en luchtig te mengen met de overige ingrediënten. Veel geduld, ervaring en een goede suikerthermometer zijn dan een vereiste.
In een boek van Nigella Lawson staat een recept voor een makkelijke versie van chocoladefudge. Ze maakt de fudge met gecondenseerde melk. Voor mij een bijna vergeten ingrediënt, maar inderdaad ideaal om deze heerlijke fudge mee te maken. Gecondenseerde melk is ingedikte melk waarbij, om de houdbaarheid nog te verhogen, suiker aan toegevoegd is. Verkrijgbaar in blikjes is het zowat eindeloos houdbaar en het is geen slecht idee hier wat van in de voorraadkast te bewaren.
Het fudge recept leent zich goed voor allerlei variaties in de vulling. Allerlei noten, zoals pinda’s, hazelnoten of pistaches. Maar ook gedroogde en fijngehakte zuidvruchten kunnen aan het mengsel worden toegevoegd.
Het recept is simpel, makkelijk te maken en zo klaar. En je hebt gelijk een schaal vol heerlijk snoepgoed

Voor de fudge heb je het volgende nodig: 
  • 350 gr. pure chocolade (met 65% cacao)
  • 1 blikje gecondenseerde melk
  • 30 gr. boter
  • een snufje zout
  • 150 gram gehakte noten (dit keer gebruikte ik amandelen) 
  1. Smelt in een pan met dikke bodem op een laag vuur de chocolade, boter, zout en gecondenseerde melk. Goed doorroeren totdat alles goed vermengd is.
  2. Hak de noten grof in een keukenmachine of met een mes en voeg ze toe aan het chocolademengsel.
  3. Giet alles in een platte bakvorm (die van mij is 20x20 cm.) en strijk de bovenkant glad. Het is handig om de bodem te bekleden met een bakpapier, dan laat het makkelijker los
  4. Laat de fudge een uur of twee opstijven in de koelkast. Haal de plak uit de vorm en snij er kleine vierkantjes van.
  5. Bewaar de fudge in de koelkast.



woensdag 21 januari 2015

(winter)salade met rookworst van Liesbeth


(Winter-)salade met rookworst


Na een aantal behoorlijk arbeidsintensieve recepten dit keer een makkelijk recept, met rookworst in de hoofdrol. Rookworst van de duurzame slager uiteraard. De basisingrediënten zijn, naast de rookworst, aardappel, appel en ui: een heerlijke combinatie. Aangevuld met één of meerdere beetgare groentes (varieer hierin: zo smaakt het elke keer weer anders), en op smaak gebracht met (verse) kruiden en een lichte dressing.

Heb je liever een vegetarische salade, vervang dan de rookworst voor een vegetarische variant (bijvoorbeeld van Albert Heijn) of laat de worst gewoon weg. Ook lekker met gerookte kip!

Ingrediënten:

  • 1 rookworst
  • 6 middelgrote aardappels
  • 2 appels
  • 1 rode ui
  • 1 stronk broccoli en/of
  • 250 gram speciebonen en/of
  • 2 winterwortels en/of
  • 1 venkelknol
  • Paar takjes platte peterselie
  • Bosje bieslook
  • Peper en zout
  • 2 hard gekookte eieren

Voor de dressing:

  • 4 el Griekse Yoghurt
  • 1 el mayonaise
  • 1 tl mosterd
  • 2 el citroensap
  • Scheutje gembersiroop
  • Peper en zout


  1. Begin met het wellen van de rookworst: zet de worst op met koud water en laat op laag vuur tegen de kook aankomen. Zet de warmtebron uit zodra het water begint te koken. Leg de worst op een bord en laat afgedekt afkoelen tot lauwwarm.
  2. Schil de aardappel, snijd ze in blokjes en kook ze kort: ze moeten stevig blijven.
  3. Maak de groente schoon, snijd ze in kleine roosjes of plakjes en blancheer ze: kook water met zout, voeg de groente toe, kook ze kort. De kooktijd is afhankelijk van de soort groente: broccoli is bijvoorbeeld sneller klaar dan winterwortel. Spoel ze daarna af met koud water zodat het kookproces direct stopt.
  4. Snijd de appels in blokjes die even groot zijn als de blokjes aardappel.
  5. Snijd of knip de kruiden in kleine stukjes.
  6. Schep alle ingrediënten voorzichtig door elkaar.
  7. Pel de eieren en snijd ze in partjes.
  8. Meng voor de dressing de ingrediënten. Proef de dressing en voeg eventueel nog wat mosterd, citroensap of gembersiroop toe.
  9. Meng de salade met de dressing en garneer met de partjes ei en een paar takjes bieslook en platte peterselie.



woensdag 14 januari 2015

Worstenbroodjes met chutney & variaties met worst


Borrelhapje, bij de soep of gewoon in het weekend…

Voor 2e Kerstdag maakte mijn man een Boeuf Wellington! Dat kan hij heel goed en hij volgt dan een recept van Gordon Ramsey. Het vlees bestellen we bij okvlees.nl. En dat is meer dan ok! Want het is biologisch vlees en je hebt ruime keuze. Wij kozen voor ossenhaas. Omdat mijn man moeite heeft om kleine plakjes bladerdeeg netjes tot een plak te rollen, nam hij zo’n grote rol van Tante Fanny. Dat is gemaakt van plantaardige ingrediënten. En dat proef je ook. Want ik hou erg van de smaak van roomboter. Dus die miste ik wel in de Boeuf. Mijn man koop altijd groot in… dus er lag nóg een rol in de koelkast als back-up als het fout ging of toch tekort kwam.

appelchutney, snelle versie

Die rol lag er een week later nog. Dus verzon ik deze kleine broodjes. Ze zijn gevuld met biologische chipolataworstjes van AH (de runderversie). Mijn kasten puilen uit van de zelfgemaakte chutney. Vooral veel appelchutney. Dus die heb ik gebruikt. Maar als je zelf geen chutney hebt, dan kun je ook mangochutney uit de winkel gebruiken. Of zelf snel een mengseltje koken voor eenmalig gebruik. 

Dan kook je een appel in dobbelstenen, een handje rozijnen, 2 sjalotten, een kaneelstokje, 1 tl. gemberpoeder, 1 tl. zout, 2 el. bruine suiker en 1 dl. witte wijnazijn tot het ingekookt is en een druppel op een schoteltje niet uitvloeit maar dik en gelatineus is. Af laten koelen.

worst over?

De stukjes worst die je over hebt, kun je in de oven meegaren. Ik prikte er gemberbolletjes (op suikersiroop) op en serveerde dat ook als borrelhapje. Je kan de rauwe stukjes worst ook in een plakje pancetta of ontbijtspek wikkelen en goudbruin en knapperig bakken in een koekenpan. Daar kun je ook gember op prikken. Of een stukje perzik (bijv. uit blik), sappige peer of verse vijg. Lekker als fruitig smaakelement.

Worstenbroodjes met chutney

voor ca. 12 broodjes

Benodigdheden:
  • 1 rol bladerdeeg à 270 gram van Tante Fanny
  • 1 schaaltje chipolataworstjes rund biologisch van AH, in stukjes van 3 cm. (je houdt wat worst over)
  • enkele eetlepels (appel)chutney (of gekochte mangochutney)
  • losgeklopt ei
  • schaaltje water en kwast voor bevochtigen
  • 50 gram geraspte belegen kaas

Bereiding:

Verwarm de oven voor tot 200 graden C. Verdeel de bladerdeeg in 12 lapjes van gelijke grootte. Leg een stukje rauwe worst op een zijde, verdeel er een volle theelepel chutney over. Bestrijk de randen met water en vouw dicht. Neem een vork en druk de randen aan. Bestrijk met het ei en bestrooi met geraspte kaas. Plaats in de oven en bak 20-25 minuten tot het bladerdeeg goudgeel is en de worstjes gaar. Smaakt lekker als borrelhapje en combineert goed met een glaasje port. Bij de soep of gewoon zomaar…

vrijdag 9 januari 2015

Italiaanse runderstoof van Jaap

Italiaanse runderstoof

Allereerst wil ik natuurlijk iedereen die dit leest nog een fantastisch mooi Nieuwjaar wensen. Veel gezondheid en liefde én veel goed en lekker eten!
De kerstvakantie zit er weer op en we brachten aardig wat uurtjes in de keuken door. Naast het traditionele kersteten, kerstbrood en een feestje op Oudejaarsavond met een heus koud buffet had ik tijd om weer eens ouderwets stoofvlees te maken. Heerlijk, een pan die uren staat te pruttelen waardoor je tijd genoeg hebt om allerlei andere dingen te doen en het steeds lekkerder gaat ruiken in de keuken.
Dit recept is een echte familie favoriet; het stoofvlees krijgt een Italiaans tintje door toevoeging van tomaat en Italiaanse kruiden. Het is heerlijk als pastasaus met wat geraspte kaas en gesnipperde bosui.
Voor dit stoofvlees heb je het volgende nodig: 
  • 1 kg. (biologische) runderlappen (op kamertemperatur)
  • 2 eetlepels vleeskruiden
  • 2 grote uien in halve ringen gesneden
  • 2 teentjes knoflook, gesnipperd
  • 3 wortelen, in stukken
  • handvol krielaardappels, geschild en in tweeën gesneden
  • handvol champignons, gehalveerd
  • 1 blik tomatenblokjes, of een gelijke hoeveelheid passata
  • 2 dl. rode wijn
  • 1 runderbouillonblokje
  • 2 eetlepels bloem
  • scheutje rode wijnazijn
  • 2 gedroogde laurierblaadjes
  • water
  • peper
  • zout
  • olijfolie
  • boter 
Verwarm de oven voor tot 140 graden.
Snij het vlees in stukken van ongeveer 5 cm. Bestrooi het met de vleeskruiden en laat het even staan. Snij ondertussen de groentes. Je kunt hierin natuurlijk variëren. Ook bijvoorbeeld pompoen of pastinaak kunnen prima meesudderen in de saus.

Bak het vlees in een braadpan in kleine hoeveelheden bruin (zodat het bakvet warm blijft) in een mengsel van boter en olijfolie. Schep het met een schuimspaan uit de pan. Bak in hetzelfde vet (evt. nog wat boter erbij) de ui glazig en voeg dan de andere groentes toe. Laat dit een minuut of tien bakken en roer het regelmatig om. 

Voeg de Italiaanse kruiden toe en strooi er vervolgens de bloem over. Roer goed en laat het even meegaren. Giet de wijn erbij en roer tot de saus begint te binden. Verkruimel het bouillonblokje en doe de tomaten erbij. Breng alles aan de kook en doe het vlees ook weer in de pan. Giet er een scheutje rode wijnazijn en de laurierblaadjes bij en eventueel wat heet water zodat het vlees onder staat. 

Zet de afgesloten pan in de oven en laat het zeker vier uur in de oven sudderen. Je kunt het nog een uurtje langer laten staan met het deksel van de pan zodat de saus nog wat indikt.

Met dit recept krijg je een volle dikke saus en vlees dat gemakkelijk uiteenvalt. Schep dit heerlijke mengsel over een bordje pasta en strooi er wat geraspte kaas over. 

Samen met wat bosui, augurkjes of kappertjes een heerlijke smakelijke maaltijd. Ik at er ook nog een zelfgebakken boterham bij om ook van de laatste restjes te kunnen genieten!


woensdag 31 december 2014

Knijpertjes van Liesbeth


KNIJPERTJES


Op de laatste dag van het jaar een recept van mijn moeder, dat zij weer van haar moeder kreeg. Oorspronkelijk is het een recept uit 1800!  Elk jaar werden ze door haar gebakken: knijpertjes! Of zoals ze in Drenthe zeggen: “knieperties”. En die traditie heb ik voortgezet. Alleen aan het eind van het jaar bak ik deze heerlijke, dunne wafeltjes met een speciaal knijpertjesijzer.

Volgens traditioneel gebruik worden knijpertjes vooral in Drenthe, Groningen, Twente en de Achterhoek rond de jaarwisseling gebakken. Het is vrij arbeidsintensief, maar ik bak altijd met 2 ijzers (jawel, ook het oude ijzer van mijn moeder gebruik ik nog steeds). Binnen een paar uur heb ik van een dubbel recept een paar trommels vol gebakken. Ze zijn heerlijk bij de koffie en ook bij de thee. Enne …… we nemen er altijd een paar tegelijk: mmmmm!

Varieer met de hoeveelheid suiker. Mijn moeder was een zoetekauw, dus zij gebruikte veel suiker. Ik niet: ik vind ze met minder suiker lekkerder. Ik gebruik 100 gram minder, dus: 350 gram suiker op een pond bloem.

Als extra ingrediënt voegde mijn moeder altijd een scheutje brandewijn toe. Voor de “brossigheid”, zei ze altijd. Ik doe dat ook, maar het hoeft natuurlijk niet.

  • 1 pond bloem
  • 450 gram of minder kristal- of witte basterdsuiker,
  • 1 eetlepel vanillesuiker
  • 250 gram boter
  • 2 kleine eieren
  • Mespuntje zout
  • Halve liter lauw water
  • Eventueel mespuntje kaneel
  • Eventueel een scheutje brandewijn


  1. Boter laten smelten: doe dit langzaam, het mag niet gaan borrelen.
  2. De gesmolten boter mengen met de suiker, vanillesuiker en de eieren.
  3. Dit wordt een dikke massa. De suiker lost niet gelijk helemaal op.
  4. In een andere kom het meel met het lauwe water mengen.
  5. Let op: het water moet echt lauw zijn, anders klontert het meel!
  6. Dan beide massa’s samenvoegen en goed doorroeren.
  7. Laat het beslag enkele uren, afgedekt, staan voor gebruik.
  8. Voor het bakken het ijzer goed heet laten worden en de beide zijden van het ijzer insmeren met zonnebloemolie.
  9. Schep een eetlepel beslag in het ijzer, sluit het ijzer en druk even stevig aan om mooie dunne knijpertjes te krijgen.

NB: Het beslag kan ook dunner gemaakt worden: voeg dan meer water toe tot het beslag vloeibaarder wordt. Om het beslag vervolgens goed te kunnen doseren gebruik ik plastic flessen van bijvoorbeeld tomatenketchup. Het beslag giet ik in de fles m.b.v. een trechter. De doseerdop is heel handig voor het doseren van de juiste hoeveelheid beslag in het ijzer, en dan ook nog eens zonder te morsen!

Wij eten de knijpertjes altijd plat, maar ze kunnen natuurlijk ook opgerold worden om de steel van een houten lepel. Dit moet direct na het bakken gebeuren, als het knijpertje nog heet en daardoor buigzaam is. Zodra ze zijn afgekoeld zijn ze bros en breken ze.  Vul ze vervolgens met slagroom: ook heel lekker!

Column Lisette, 31 december 2014

Lisette

vrouw - moeder - zus - tante - docente - 
creatief - gewichtsconsulente - broodbakken - 
groentetuintje - voeding - sport

Van Blokker naar Enkhuizen, langs Medemblik en naar Lutjebroek. Een kastje uit Hoorn en een tafel uit een dorp verder. Ik sprokkel van alles bij elkaar en marktplaats spit ik door op zoek naar leuke koopjes. Per januari bereid ik mijn praktijk uit naar een locatie in de binnenstad! Hier kan ik ook de individuele trajecten gaan doen en er is een grote ruimte waar ik een groepscursus kan gaan geven!

Vanaf januari start ik ook een groepscursus in samenwerking met een sport- dansstudio. Ideaal natuurlijk, ik doe het voeding- en weeg gedeelte en daarna lekker wat calorieën verbranden!

Ook zal ik op de dinsdagavonden nog bij de sportschool zitten, om te wegen en advies te geven. Dus druk bezette avonden komen er aan, maar wel heel erg leuk! Ik geniet er echt van als mensen zich in een traject bewust worden van gewoonten en veranderingen in gang kunnen zetten. Super leuk als je een groepje mensen bewust kan maken!

Laatste dag van 2014, we gaan oliebollen bakken! Het lijkt moeilijker dan het is… het is misschien meer de geur van oliebollenolie in huis dat tegen staat. Zet de frituurpan in de schuur of buiten, of de afzuigkap op de hoogste stand.

Je hebt niet veel nodig om oliebollen te bakken: bloem, gist, melk, een theelepel zout en natuurlijk olie om in te bakken. Dit kan zonnebloemolie zijn of frituurolie. Voor gevulde oliebollen heb je nog krenten en rozijnen nodig.

Verwarm ½ liter melk tot handwarm. Meng 500 g bloem met 1 theelepel zout en 1 zakje gedroogde gist. Schenk langzaam de warme melk erbij en roer met een houtenlepel of met een mixer met deeghaken tot een glad beslag. Als je gevulde oliebollen wilt maken, bijvoorbeeld met rozijnen, moet je nu de vulling toevoegen. Je kunt in deze hoeveelheid deeg ongeveer 300 gram vulling verwerken.  Dek de kom af met een vochtige doek en zet de kom op een warme plek. Laat het deeg 1 uur rijzen. Je kunt hiervan 15 tot 20 oliebollen bakken. 

Verwarm zonnebloemolie of frituurolie tot 180° C. Dompel een ijsboltang of lepel even in de hete olie en schep hiermee een bolletje uit het gerezen deeg. En laat de bol voorzichtig in de olie glijden. Het deeg zakt naar beneden, maar komt als het gaar wordt bovendrijven. Bak zo 4-5 oliebollen tegelijk. Een oliebol is in ca. 8 minuten gaar en mooi bruin. Draai de bollen halverwege om met een vork of schuimspaan. Laat de bollen uitlekken op keukenpapier voordat je ze op een schaal legt. Bestrooi ze voor serveren eventueel met een beetje poedersuiker.


Ik wil iedereen een hele fijne jaarwisseling wensen en een mooi en liefdevol 2015!

Tot de volgende keer…

zaterdag 20 december 2014

Aardbei-kerstmannetjes: Bij Jaap

Aardbei-kerstmannetjes

Simpel en leuk om te doen in de kerstvakantie: Kerstmannetjes maken van aardbeien en room. Kinderen zullen het prachtig vinden om te helpen met een gezond toetje/hapje voor bij het kerstdiner

voor de Kerstmannetjes heb je het volgende nodig:

  • 1 doosje (grote) aardbeien
  • 1 bakje mascarpone
  • 1 á 2 eetlepels suiker
  • wat hagelslag

Was de aardbeien en dep ze droog. Snij de kroontjes er af en halveer de aardbeien op ongeveer een derde van de lengte.
Vermeng de mascarpone met de suiker en doe met een theelepel een schepje van dit mengsel op de doormidden gesneden aardbeien en zet de puntjes er op. Zo ontstaat een Kerstmannetje. Met hagelslag maak je een mondje, neus en oogjes .Ik gebruik mascarpone in plaats van gewone slagroom omdat dit veel langer stevig blijft. Je zou ook roomkaas kunnen gebruiken. Met een tandenstoker en wat room kun je de mannetjes nog verder versieren. Zet de mannetjes op een mooie schaal en bewonder het resultaat!

woensdag 17 december 2014

Pasteitjes met kalfsragout van Liesbeth + zelf bladerdeeg maken stap-voor-stap + film





PASTEITJES   MET  KALFSRAGOUT

 Ik houd van speciale gerechten voor speciale gelegenheden. Zo maak ik al “100” jaar kalfsragout voor het kerstdiner. Soms denk ik erover om nu toch eens wat anders maken, maar als ik dat in mijn gezin ter sprake breng, dan stellen zij altijd weer voor om toch vooral weer de kalfsragout te maken.
Aan mijn duurzame slager geef ik altijd op tijd aan dat ik voor de kerstdagen weer kalfsvlees en kalfsbotten nodig heb. Hij slacht nog zelf en deze kalfjes worden alleen geslacht als ze bijvoorbeeld een gebroken poot hebben. Zo slacht hij als het nodig is en bewaart hij het vlees in de diepvries.
Kalfsvlees heeft een speciale smaak en het blijft bijzonder als je het af en toe eet.

Voor de ragout ga je op dezelfde manier te werk als bij de ragout voor de kalfsvleeskroketten. (Ik kan hierbij wel verklappen dat ik voor het maken van de kroketten, rundvlees heb gebruikt en geen kalfsvlees. Kalfvlees “bewaar” ik echt voor kerst!)

Om extra smaak aan de bouillon te geven vraag ik de slager altijd om botten bij het kalfsvlees.
Hij geeft mij altijd een zakje vol mee. Vraag het ook eens aan jouw slager: hij weet hoeveel botten je nodig hebt voor de hoeveelheid vlees dat je koopt.

Voor het maken van de ragout verwijs ik naar mijn recept voor de kalfsvleeskroketten.
Alleen is de gelatine niet nodig in dit recept. De gelatine wordt in het recept voor de kroketten gebruikt om de ragout op te laten stijven, zodat er kroketten van gerold kunnen worden.

Botten bruneren

Voordat de bouillon getrokken wordt laat ik de botten bruneren in de oven. Leg hiervoor de botten in een ovenschaal of op de bakplaat en besprenkel ze met wat olie. Zet de botten ongeveer een half uur in een oven van 180 graden C. Zorg dat de botten niet verbranden. Draai de botten na een kwartier om. Trek vervolgens de bouillon, zoals ik heb beschreven in het recept van de kroketten.

voor de pasteitjes gebruik ik ragoutbakjes van bladerdeeg
Ragoutbakjes zijn, vooral voor feestdagen, volop verkrijgbaar. Maar zelf maken is natuurlijk veel leuker. Dat kan natuurlijk met kant en klaar bladerdeeg, maar zelf bladerdeeg maken is nóg veel leuker. En het is helemaal niet moeilijk. En ook echt niet tijdrovend. Het grootste deel van de tijd ligt het deeg te rusten in de koelkast. En elke keer als het deeg bewerkt moet worden duurt dat ongeveer 10 minuten. En als dan uiteindelijk de bakjes in de oven vorm gaan krijgen is dat de kroon op het werk.

zelf bladerdeeg maken

Voor het maken van het bladerdeeg volg ik altijd het recept van Cees Holtkamp. Kijk op dit handige filmpje op Foodtube. Als je dat filmpje goed volgt, dan kan het echt niet mislukken. Bladerdeeg wordt gemaakt op basis van een deeg, gemaakt van bloem, zout, water en een klein beetje boter. Vervolgens wordt er een plak boter in het deeg verpakt. Daarna wordt het pakketje uitgerold, opgevouwen, een kwartslag gedraaid, en weer uitgerold en opgevouwen. Dit wordt nog een paar keer herhaald en zo ontstaat een deeg van hele dunne laagjes deeg en boter.

In Frankrijk wordt dit millefeuilles  genoemd, wat duizend laagjes betekent. Tijdens het bakproces smelt de boter, verdampt het water, waardoor de luchtlaagjes ontstaan, en verhardt het deeg. Zo ontstaan de hele dunne laagjes in gebakken bladerdeeg.

Benodigdheden voor roomboterbladerdeeg:
  • 500 gram bloem
  • 100 gram roomboter
  • 275 gram koud water
  • 10 gram zout
  • 350 gram roomboter 
  1. Kneed van bloem, 100 gram roomboter, water en zout snel een deegbal. Kneed niet langer dan nodig is, want dan wordt het taai. Laat het deeg een half uur rusten.
  2. Maak van de 350 gram roomboter een vierkante platte plak. 
  3. Druk de deegbal plat tot een vierkante platte plak en rol de vier hoeken naar buiten platter uit, zodat er in het midden een dikker stuk deeg overblijft. Leg op dat dikke middenstuk de plak boter en vouw vervolgens de vier punten erover heen.
  4. Je hebt nu de boter ingepakt in het deeg.
  5. Druk het plat met je handen en rol het in de lengte uit. De lengte moet 3 x langer worden dan de breedte. Vouw het deeg op: vanaf de onderste korte kant over 2/3 van het deeg, vanaf de bovenste korte kant over 1/3 van het deeg. Vouw dit in de lengte nog één keer dubbel. Draai het deeg een kwartslag en rol het weer uit: de lengte moet weer 3 x langer worden dan de breedte. Vouw het deeg weer op, zoals hierboven is beschreven. Verpak het deeg vervolgens in plastic folie en leg het een uur in de koelkast. 
  6. Na dit uur in de koelkast is het deeg tot rust gekomen en laat het zich weer makkelijk bewerken. Het kan weer uitgerold worden zonder dat het deeg terugveert. Herhaal 2 x het uitrollen en vouwen, zoals hierboven is beschreven. Na de derde keer is het deeg klaar voor verdere verwerking. Maar ook nu geldt: laat het een paar uur rusten in de koelkast. Eén of 2 dagen is ook prima. Ideaal om voor te bereiden. Het kan ook heel goed bewaard worden in de diepvries. Verdeel het daarvoor in platte pakketjes en laat het langzaam ontdooien in de koelkast. Haal in dit geval de benodigde hoeveelheid een dag voor gebruik uit de diepvries.

het vormen van de ragoutbakjes:

  1. Bekleed een bakplaat met bakpapier en maak het bakpapier een beetje vochtig met water.
  2. Om de ragoutbakjes te vormen moet het deeg uitgerold worden tot een laag van ongeveer 4 mm dik.
  3. Voor 2 bakjes 4 ringen van ongeveer 7 cm uitsteken. Ik gebruikte hiervoor uitsteekringen, maar het kan natuurlijk ook met een glas. Steek vervolgens uit 2 cirkels, 2 kleinere cirkels uit, zodat er een bladerdeegrand van 1 cm breed overblijft (zie de foto met de uitgeknipte vormpjes als voorbeeld.
  4. Leg de cirkels deeg (de bodem) op het bakpapier, bestrijk met losgeklopt ei en leg er de bladerdeegranden bovenop. Doe dit nauwkeurig, want het deeg blijft direct aan elkaar plakken.
  5. Bestrijk vervolgens de rand met het ei. Zorg ervoor dat er geen ei over de rand loopt, want dan bakken de bakjes scheef. Zet de bakplaat op een koele plaats. Het deeg moet nu even rusten voor een mooier resultaat.
Verwarm de oven voor op 200 graden C.
  1. Bak de pastei-/ragoutbakjes 15 minuten, verlaag daarna de temperatuur naar 150 graden C. en bak nog eens ruim 10 minuten tot de bakjes mooi goudbruin en gaar zijn.
  2. Haal de bakjes uit de oven en snijd het binnenste gedeelte los: dit kan als dekseltje worden gebruikt, nadat de ragout in de bakjes is geschept.
  3. De pastei-/ragoutbakjes kunnen enkele weken bewaard worden in een afgesloten trommel. 
  4. Pep de bakjes, voordat ze geserveerd worden, in een voorverwarmde oven van 150 graden C. op, in ongeveer 15 minuten.
  5. Vul de bakjes met de kalfsragout en garneer met een takje peterselie.
Dat wordt weer smullen met de kerst!

vrijdag 12 december 2014

Varkenswangen gestoofd in bier met kastanjes

De Markthal in Rotterdam & goed vlees

Inmiddels eet ik alweer zo’n 25 jaar biologisch vlees. Al zal dat bij een restaurant of bij vrienden of familie niet altijd het geval zijn. Toen ik nog in Rotterdam woonde, kocht ik mijn vlees en vleeswaren bij de Groene Weg. Die nu dus in die magnifieke Markthal is gevestigd. 

Twee weken geleden bracht ik een bezoek aan de Markthal. En ik kocht daar gelijk wat van die heerlijke gedroogde zure kersen. Die zie je echt nooit! En ook wat ras el hanout. En ik proefde van de heerlijke truffelolie (met een intense truffelsmaak) en de verschillende bijzondere balsamico azijnsoorten. Ook hadden ze daar een mooie sortering met paddenstoelen. Die er gaaf en vers uitzagen.

mooie producten

Ook de Aziatische supermarkt heeft vele producten die mij aanspreken. Mooie sojasauzen. Eens wat anders dan alleen Lee Kum Kee. Want het is een lekkere sojasaus, maar ook gewoon commercieel. Ik zag een leuke kookwinkel, sushi restaurantje, vele goed gesorteerde groentewinkels, bakkers, slijter, olijven, gedroogde worsten, De Groene Weg (dus), gedroogde hammen, noten & gedroogde vruchten (zoals mijn gedroogde zure kersen), verse vis, kortom een eldorado voor smulpapen.

niet goedkoop

Nee natuurlijk is dat niet goedkoop. Ik zag er ook gekookte kastanjes die 2 x zo duur zijn, dan je betaalt bij een supermarkt. Maar wil je eens uitpakken en zoek je dan iets bijzonders… dan moet je daar zijn. Want ga eens uit eten. Dat kost toch ook al snel 75 euro, bij een redelijk geprijsd restaurant. Meestal hou ik dat in gedachten als ik boodschappen doe voor een bijzonder maal. Wat zou ik kwijt zijn als ik uit eten zou gaan? Dan valt die pakweg 30 euro voor het superbiologische en geweldige vlees van okvlees weer enorm mee! Want dat doe je ook niet elke dag.

kwaliteit

Mijn boodschap is helder…. kies voor kwaliteit en niet voor kwantiteit. En meestal past dat in iedere portemonnee. Maar kun je geen duur vlees veroorloven? Kies dan eens niet voor goedkoop vlees, waarover je niet eens wilt nadenken op het gebied van dierwelzijn. Maar koop eens een pond geweldige gedroogde linzen of bonen! Waarom niet? En maak daar eens een heerlijke schotel mee. Met betaalbare wintergroenten zoals: winterwortel, ui, knolselderij, (zoete) aardappel, etc. Lekker de linzen koken met wat gedroogde kruiden zoals tijm, oregano en blaadje laurier. 

De groenten in mooie kleine dobbelsteentjes en reepjes. Deze even stoven met wat boter of olijfolie en wat zout. Scheutje wijn of bouillon erbij en wat knoflook, gedroogde kruiden en pietsie tomatenpuree. Lekker gaar stoven en bij de linzen serveren.

varkenswangen (uit de römertopf)

Ik kocht mijn biologische vlees de laatste jaren dus gewoon bij de Jumbo. Want de AH heeft zijn bakens een beetje verzet. Wat eerst gewoon Iers rundvlees heette, wordt alweer een tijdje als scharrelvlees verkocht. En hun biologische vlees is teruggebracht tot gehakt, worstjes, haaskarbonades (die ik niet eet, die zijn droog), soms kipdijfilet (mijn favoriet). Tja… dan wordt de spoeling dun, want ook de Jumbo  in mijn dorp bestelt steeds minder biologisch, omdat het blijkbaar toch niet zo goed verkocht wordt. 

Dan maar online gaan zoeken. En ik zocht en ik vond dus okvlees. En kookte een heerlijke stoofschotel met varkenswangen! Daar zit zoveel smaak aan want het is werkvlees. Je kunt je wel voorstellen dat wangen de hele dag door in beweging zijn. En dat levert vlees op met heel veel smaak. Echt iets bijzonders. Je kunt het vlees ook vervangen voor ander stoofvlees. Maar als ik jou was… dan zou ik eens varkenswangen proberen! Ik kookte in de römertopf, maar het kan ook gewoon op het fornuis. Of een afgedekte ovenschaal of pan in de oven.

Varkenswangen gestoofd in bier met kastanjes

hoofdgerecht voor 4 personen of buffetgerecht voor 6 personen

Benodigdheden (gemeten met maattl. à 5 ml. en maatel. à 15 ml.):
  • 600 gram varkenswangen, op kamertemperatuur en in kleinere stukken gesneden (niet te klein)
  • 2 teentjes knoflook, grof gehakt
  • zout/versgemalen peper
  • 1 flesje bier 33 cl. naar keuze (als je zoet bier neemt, laat dan de stroop weg), 
  • 1 blokje (biologisch) vleesbouillon
  • 250 gram gekookte kastanjes, kant & klaar verpakt bij supermarkten of groentezaken, de helft verkruimeld
  • 2 middelgrote uien, in halve ringen
  • ½ tl. piment (all spice) evt. ½ tl. gemalen kruidnagel
  • 2 blaadjes laurier
  • 1 el. balsamico azijn
  • 2 el. bloem
  • 1 el. keukenstroop
  • 1 dl. heet water
  • een handje gewassen rozijnen
  • olie voor bakken (ik nam eendevet)
  • een römertopf, 20 minuten vooraf in water laten staan

Bereiding:
Bestrooi het vlees met zout en peper en meng de bloem erdoor. Verhit de olie en bak het vlees rondom bruin. Los de bouillontablet en de stroop op in 1 dl. heet water. Meng alle ingrediënten incl. het bier en het vlees in de stoofpan of römertopf en breng op smaak met zout en peper. Plaats de römertopf in een koude oven op stand 200 graden C. op onder- en bovenwarmte. Laat 2 uur stoven. Haal dan de deksel eraf en laat nog een half uur (of langer) in de oven inkoken tot het een geconcentreerde saus is geworden.

gewokte spruitjes

Lekker met gekookte rijst en gewokte spruitjes. Haal de uiteindes van de spruitjes en haal evt. lelijke buitenste blaadjes eraf en bak ze enkele minuten in wat olijfolie of boter (ik nam ghee) in een pan die je afdekt met een deksel. Hou ze in de gaten en beweeg de spruitjes regelmatig over de bodem van de pan. Giet een scheutje witte wijn of bouillon in de pan en laat afgedekt ca. 5 minuten stoven tot de spruitjes beetgaar zijn. Bestrooi met zout.





woensdag 3 december 2014

Gevuld Speculaas van Liesbeth

Gevuld Speculaas


Een recept dat echt bij de decembermaand hoort is Gevuld Speculaas. Het wordt gemaakt in allerlei vormen: als staaf, zoals een banketstaaf of als ronde taart. Ik maakte een langwerpige taart en gebruikte een vorm met uitneembare bodem.

variëren met gevuld speculaasrecept

Er zijn ook vele variaties in de recepten te vinden. Bijvoorbeeld in de verhouding boter/suiker. Ik koos voor gelijke hoeveelheden. Houd je van lekker zoet, gebruik dan 10 à 20% meer suiker. Het is leuk om een beetje te spelen met dit recept. De hoeveelheid speculaaskruiden is dan ook een richtlijn. En dan de dikte van het laagje spijs. Varieer naar wens. Neem gerust een dubbele hoeveelheid spijs.

  • Deeg:
  • 175 gram zachte boter (boter op kamertemperatuur)
  • 175 gram basterdsuiker: ½ lichtbruine/½ donkerbruine basterdsuiker
  • 15 gram speculaaskruiden
  • 30 gram melk of water
  • 350 gram bloem
  • 5 gram bakpoeder
  • Snuf zout
  • 1 losgeroerd ei
  • blanke amandelen
  • klontje gesmolten roomboter


  1. Roer boter zacht met de suiker en voeg melk (of water) en zout toe.
  2. Zeef bloem, bakpoeder en speculaaskruiden en maak een mooi deeg. Kneed niet langer dan nodig is. Verpak het in plastic folie en leg een paar uur in de koelkast. 
  3. Het deeg kan je ook 1 of 2 dagen vooraf maken.

zelf amandelspijs maken



  • Spijs:
  • 150 gram blanke amandelen
  • 150 gram kristalsuiker
  • 1 à 2 losgeklopte eieren
  • geraspte schil van een (liefst) biologische citroen


  1. Spijs moet gemaakt worden in een keukenmachine met sikkelmes of met een staafmixer.
  2. Doe de amandelen, citroenrasp en suiker in de keukenmachine en maal fijn, maar niet te fijn. Voeg geleidelijk het losgeklopte ei toe en blijf draaien tot een mooie massa ontstaat waar nog hele kleine stukjes amandelen in te proeven zijn. Het kan zijn dat niet al het ei gebruikt hoeft te worden. Of: dat juist nog meer ei nodig is. Dit is afhankelijk van de kwaliteit van de amandelen. Ook spijs kan enkele dagen tevoren gemaakt worden. Het wordt, net als het deeg, lekkerder van een paar dagen rust.

de laatste stappen van het gevulde speculaas


  1. Vet de vorm in. Verdeel het deeg in een groot en een klein deel.
  2. Rol het grootste deel deeg uit tot een dikte van 3 mm. in de gewenste vorm op een met bloem bestoven aanrecht. Bekleed de vorm: de bodem en de randen.
  3. Rol vervolgens de spijs uit tussen 2 lagen plasticfolie. Zo blijft de spijs niet kleven aan de deegroller en is het heel makkelijk te verplaatsen naar de vorm.
  4. Leg de spijs op het deeg en smeer het in met gesmolten roomboter. Dek af met het kleinste deel van het deeg.
  5. Bestrijk de taart met losgeklopt ei en versier het met de amandelen. Bestrijk het geheel daarna nogmaals met losgeklopt ei.
  6. Bak in een voorverwarmde oven van 175 graden C. in ongeveer 35 minuten gaar.


zondag 30 november 2014

Gratin van zoete aardappel & aardappel met krokante laag van speltvlokken


Deze gratin met zoete aardappel is bijzonder lekker en kan zonder zuivel

Inmiddels staan er op mijn blog verschillende recepten met zoete aardappel. Niet zo lang geleden blogde ik nog enthousiast over dit zoete knolletje en maakte er met kerrie gekruide pannenkoekjes mee: zoete aardappel. Dit keer geef ik het recept van een gratin van half zoete aardappelen en half gewone aardappelen. Bijzonder door de krokante laag van speltvlokken, panko en een handje geraspte kaas. Als je geen zuivel wilt of mag gebruiken, dan kun je de kaas ook weglaten.

veelzijdig...

Dit is echt zo'n veelzijdig bijgerecht, want je kunt het eten bij vis, vlees, salade of groenten. En mijn dochter vond het ook lekker. 

Gratin van zoete aardappel & aardappel met krokante laag van speltvlokken

Recept voor 6 personen, als bijgerecht, 4 personen als hoofdgerecht (maak er dan een salade bij).

Benodigdheden:
  • 500 gram geschilde zoete aardappel, in hele dunne plakken (ik nam de mandoline voor het schaven) en nagedroogd met een schone theedoek 
  • 500 gram geschilde vastkokende aardappel, in hele dunne plakken (ook op de mandoline) en nagedroogd met een schone theedoek
  • 250 ml. ongezoete amandelmelk (Alpro) (of andere melk, je kunt ook bouillon nemen, dan zou ik het ei weglaten)
  • 1 groot ei, of 2 kleine eieren
  • zout/vers gemalen peper
  • paneerlaag:
  • 50 gram panko (Japans paneer'meel') of grof gemalen beschuit of gedroogd broodkruim
  • 75 gram speltvlokken
  • 50 à 75 gram belegen kaas
  • hulpmiddelen:
  • een ovenschaal
  • aluminiumfolie
Bereiding:

Kluts het ei door de amandelmelk en breng licht op smaak met peper en zout. Verwarm de oven voor op 200 graden C. (boven- en onderwarmte). 

Meng de beide soorten aardappel. Verdeel de helft mooi gerangschikt over de ovenschotel en bestrooi met zout & peper. Wees niet te zuinig want anders smaakt het straks flauw. De zoete aardappel kan wel wat zout en peper gebruiken. 

Verdeel dan een 2e laag en bestrooi weer met zout & peper. Roer nog even de eiermelk door en giet het voorzichtig op een plaats aan de zijkant in de schotel, zodat de peper & zout die je net tussen de aardappelschijfjes hebt gestrooid niet direct wordt weggespoeld. Beweeg de schotel, zodat het mengsel gelijkmatig over de bodem wordt verdeeld. 

Meng de panko, kaas en speltvlokken en strooi over de aardappels. Leg er aluminiumfolie (of een deksel) over, zodat de schotel helemaal is afgesloten. Plaats in de oven op 200 graden C. en laat 30 minuten bakken. Haal dan de folie eraf en laat nog 15 minuten bakken tot de schotel gaar en goudbruin knapperig is. Controleer of het gaar is door met een vleesvork of satépen in de aardappels te prikken. Zet anders nog wat langer in de oven.

zaterdag 29 november 2014

Quiche Lorraine: 'Bij Jaap'

Quiche Lorraine

De vorige keer had ik een recept van een hartige taart uit een splinternieuw en trendy kookboek. Ik wil even blijven bij de hartige taarten, want daar ben ik een echte liefhebber van, maar deze keer komt het recept (althans de basis) uit één van de eerste kookboeken die ik ooit bezat. Of eigenlijk is het niet eens een kookboek; het is een tijdschriftje: de Tip. En dan een special over hartige taarten uit september 1988. Ik moest nog veel leren in die tijd en niet alleen op het gebied van koken. Maar dit tijdschriftje, en ik bewaar het nog steeds goed, heeft me enorm geholpen om te gaan koken en vooral ook om eens iets te durven proberen. Daar leer je uiteindelijk het meeste van.

klassieke hartige taart

Er staan een aantal mooie en bruikbare recepten in. Deze meest klassieke hartige taart: Quiche Lorraine is toch wel de mooiste. Ik maak ‘m alweer jaren en ik heb eigenlijk nooit de behoefte gehad om er iets aan te veranderen of aan toe te voegen. Juist de eenvoud maakt deze taart tot een echte en terechte klassieker.
Voor deze Quiche Lorraine heb je het volgende nodig: 
  • 175 gr. bloem
  • zout
  • 75 gr. koude boter
  • 175 gr. bacon in plakken
  • 200 gr. Emmentaler in plakken
  • (dit is het enige ingrediënt waar ik wel eens mee varieer; goede belegen boerenkaas of Leerdammer gatenkaas kunnen ook prima).
  • 1/8 l. slagroom
  • 4 eieren
  • ½ theelepel paprikapoeder
  • vers gemalen peper 

Vorm:
Verwarm de oven voor tot 200 graden C. Vet een lage taartvorm met een doorsnede van 24 cm. in met wat boter en bestrooi de vorm met wat bloem.

Deeg:
Doe 150 gr. bloem, een snufje zout en de koude boter in een kom. Snij nu met twee messen de boter zo klein mogelijk. Doe er dan 4 eetlepels koud water bij en kneed het snel tot een samenhangend deeg en laat dit met plastic folie een half uurtje in de koelkast opstijven.

Vorm bekleden:
Bestrooi het aanrecht met een handjevol bloem en rol het deeg met een deegroller uit tot een een ronde lap die ongeveer twee centimeter groter is dan de bakvorm. Bekleed hiermee de vorm en prik met een vork een paar gaatjes in de bodem.

Deegvorm vullen:
Verdeel de plakken kaas en bacon om en om over de taartbodem. Klop de eieren met de slagroom en paprikapoeder los en giet dit mengsel over de kaas en bacon.

Bakken:
Zet de taart in het midden van de oven en laat hem in 50 minuten gaar en mooi goudbruin bakken.

Snij de Quiche uit de oven in mooie punten. Heerlijk met een glaasje wijn en een mooie salade.

woensdag 26 november 2014

column Lisette, 26 november 2014


Lisette

vrouw - moeder - zus - tante - docente - 
creatief - gewichtsconsulente - broodbakken - 
groentetuintje - voeding - sport


tijdbesparing in de ochtend...

Vorige keer schreef ik hoeveel moeite ik heb met opstaan en het ochtendritueel. Het is niet zo dat ik chagrijnig ben, ik stap gewoon te laat mijn bed uit. Waardoor het altijd weer rennen, vliegen en haasten is. Na het lezen van een stukje over een moeder die hele tasjes met belegde boterhammen voor haar kroost in de vriezer legde ging ik aan de slag. En haalde ik een speltbrood en belegde deze met: geitenkaas, geitenkaas & alfalfa, pindakaas, jam, kaas & jonge bietenblaadjes, vegetarische file americain, kaas & tomaat en boterhamworst.

lunch uit de vriezer...

In plaats van ’s ochtends (of de avond ervoor) voor de kinderen en voor mijzelf boterhammen te smeren, trek ik de vriezerlade open en pak er kant en klare pakketjes gesmeerde boterhammen uit! Tegen de tijd dat het pauze is, zijn de boterhammen ontdooit en smaken ze zelfs verser dan een avond ervoor klaargemaakt!

Ik ben na deze testfase zo enthousiast, dat ik nog wat probeerde… Bij de supermarkt haalde ik een zakje soepgroenten, een variant die grof gesneden is. In een koekenpan strooide ik een laagje soepgroenten en bakte dit heel even. In een kommetje klutste ik wat eieren met peper, zout en een beetje bieslook. Deze deed ik over de soepgroenten en bakte het tot het gaar was. Ik liet de omelet afkoelen en deed deze op boterhammen. Er kan eventueel nog een plakje kaas op. Deze pakketjes gingen ook weer de vriezer in. Ik kan vol overtuiging zeggen… heerlijk! De maggi (plant) (of selderij) van de soepgroenten, smaakt heel goed bij het ei.

soep mee...

Vanaf nu smeer ik alle broodjes in het weekend! Ook wil ik op zoek naar een thermoskommetje, niet een diepe beker maar een kom. Zodat ik soep mee kan nemen naar mijn werk. Eerst in porties invriezen, die laat ik dan in de avond ontdooien. In de ochtend opwarmen en dan in een thermoskom overgieten en meenemen.

Ook neem ik wel eens een salade mee, met bijvoorbeeld wat sla, bonen, lente-uitje, zaden en wat feta. Een stukje feta, in blokjes gesneden, vries ik in. Dit doe ik in de ochtend bij de salade (die ik de avond ervoor voorbereid heb) en tegen de tijd dat het pauze is, is het eetbaar en geniet ik van mijn heerlijke salade!

Ik zal mij gaan verdiepen in het ‘meal prepping’ (eten voorbereiden), volgende keer meer…


Tot de volgende keer!

woensdag 19 november 2014

Kroketten van Cees Holtkamp door Liesbeth


Kroketten van Cees Holtkamp


Banketbakkerij Holtkamp is een begrip in Amsterdam en ver daarbuiten. In 1969 begon Cees Holtkamp, als zoon van een bakker, met zijn vrouw Petra, aan de Vijzelgracht een banketbakkerij. Inmiddels runt zijn dochter Angela met haar man al ruim 12 jaar de zaak. Een prachtige zaak, niet groot, maar nog met het originele houten interieur. Als wij in Amsterdam komen gaan wij zeker ook altijd even naar Holtkamp. Nou ja, even: ik probeer mijn bezoek altijd zo lang mogelijk te rekken. We kiezen van alles wat: gebak, koeken en natuurlijk die heerlijke kroketten: om direct op te eten en voor thuis in de diepvries. 


boek: 'De Banketbakker'

In 2010 heeft Cees Holtkamp een boek uitgegeven: ‘De Banketbakker’: een heerlijk boek in alle opzichten. Hierin worden vele geheimen prijs gegeven en daardoor kunnen degenen die niet in de buurt van Amsterdam wonen (zoals ik) toch zo veel als ze willen genieten van het banket van Holtkamp. Het boek, met op de kaft een prachtige kroket, bevat diverse recepten van de kroket, zoals de garnalenkroket en de kalfsvleeskroket. Hieronder het recept van de kalfsvleeskroket.
De basis is een ragout van kalfsvlees. 


Hiervoor eerst een bouillon maken:

  • 400 gram mager kalfsvlees
  • 650 gram water
  • Halve winterwortel
  • Ui
  • Prei (alleen het witte deel)
  • Selderij
  • 1 theelepel zout
  • 1 theelepel gekneusde peperkorrels

  1. Zet het vlees met het water op en breng aan de kook. Schuim het af als het tegen de kook is.
  2. Voeg dan de overige ingrediënten toe en laat het vlees op een zacht vuur gaar worden.
  3. Zet daarna uit en laat het vlees in de bouillon afkoelen. 
  4. Haal het vlees uit de bouillon en snijd in kleine blokjes. Die kleine blokjes zijn karakteristiek voor de kalfsvleeskroketten van Holtkamp. In geen enkele andere kroket tref je zulke mooie stukjes vlees aan!


Maak nu de ragout:

  • Halve liter bouillon
  • 80 gram roomboter
  • 100 gram bloem
  • 6 gram gelatine
  • 50 gram ongeklopte slagroom
  • 2 eidooiers
  • 1 theelepel mosterd
  • 1 theelepel maggi
  • Zout en peper naar smaak
  • Nootmuskaat naar smaak
  • 1 eetlepel gehakte platte peterselie

  1. Maak een roux van de boter en de bloem: smelt de boter, laat bruisen, maar niet bruin worden en voeg de bloem toe. Roer goed door en laat in 1 à 2 minuten gaar worden. De massa is dan goudgeel van kleur en laat makkelijk los van de bodem van de pan.
  2. Giet in gedeelten, onder goed roeren, de bouillon erbij tot een mooie ragout ontstaat. Laat nog even doorkoken. Als de ragout mooi glanst de pan van het vuur halen.
  3. De blaadjes gelatine in koud water weken. Als de gelatine zacht is goed uitknijpen en door de ragout roeren.
  4. Eidooiers mengen met slagroom, mosterd en maggi en toevoegen. 
  5. Op smaak maken met zout, peper en nootmuskaat.
  6. Tot slot de blokjes vlees en de peterselie door de ragout roeren.
  7. Giet de massa in een platte schaal, dek af en laat in de koelkast opstijven. Dit kan heel goed 1 of 2 dagen voordat de kroketten gemaakt worden.


Het maken van de kroketten:

  • Paneermeel (Cees Holtkamp gebruikt fijn en grof paneermeel, ik nam een soort paneermeel, gemaakt van zelfgebakken brood. Dit heb ik in plakken gesneden en uit laten drogen en in de keukenmachine fijn gemalen.)
  • 4 eiwitten, losgeroerd met een eetlepel bloem.
  • Zonnebloemolie

  1. Zet op het werkblad een platte schaal klaar met het eiwit-/bloemmengsel en een platte schaal met de paneermeel.
  2. Verdeel de ragout in bollen van 75 gram. Dit gaat heel handig met een ijstang.
  3. Rol de bollen ragout door de paneermeel en vorm ze tot een kroketje.
  4. Haal de kroketten vervolgens door het eiwitmengsel en rol ze vervolgens weer door de paneermeel. 
  5. Zet de kroketten tot verder gebruik in de koelkast of vries ze in. De kroketten blijven 3 maanden goed in de diepvries.
  6. Verhit de zonnebloemolie tot 180 graden C. en bak de kroketten in 4 minuten bruin en krokant.

Wij aten de kroketten met mosterd en mayonaise-yoghurtsaus. 





vrijdag 14 november 2014

Tarte Tatin van krieltjes: van Jaap


Tarte Tatin van krieltjes
De afgelopen weken keek ik natuurlijk ook naar Heel Holland Bakt. En was best onder de indruk van wat men maakte, maar ook soms verbaasd over de ‘beginnersfouten’ die er af en toe gemaakt werden. De uiteindelijk winnaar was een terechte winnaar, vonden wij hier thuis.

inspiratie

Vaak werd er iets gemaakt waardoor je onmiddellijk zin kreeg om het ook eens te proberen. Maar soms ook, zoals bij onderstaand recept, bracht het me op ideeën die niet direct met het programma te maken hadden. Toen er een Tarte Tatin gemaakte moest worden, zag ik dat de deelnemers gingen variëren op het basisrecept. Thuis op de bank vroeg ik me af of een Tarte Tatin ook in een hartig versie zou smaken. Ik bladerde wat in mijn kookboekenverzameling en kwam terecht bij een recept van Yotam Ottolenghi uit het boek Plenty. Ik paste het een beetje aan met wat er op dat moment in mijn voorraadkast lag. Het resultaat was zo ontzettend lekker en verrassend dat ik het hier graag wil delen.
Voor deze Tarte Tatin heb je het volgende nodig: 
  • 3 rijpe tomaten
  • olijfolie
  • 500 gr. krielaardappels
  • 1 ui, gehalveerd en in dunne plakken gesneden
  • 40 gr. kristalsuiker
  • 10 gr. boter
  • 2 theelepels Italiaanse kruiden
  • 150 gr. belegen boerenkaas in plakken(Ottolenghi gebruikt harde geitenkaas, dat kan natuurlijk ook)
  • 6 plakjes diepvries bladerdeeg
  • zout en peper, vers gemalen

  1. We beginnen met het drogen van de tomaten. Als je daar geen tijd voor hebt kun je ook een potje zongedroogde tomaatjes in olijfolie gebruiken, maar het is echt lekker om ze zelf te drogen.Verwarm de oven tot 130 graden C. Snij de tomaten in kwarten en halveer die nog een keer. Leg de partjes op een bakplaat bekleed met bakpapier en besprenkel ze met olijfolie. Bestrooi met zout en peper en laat ze 1 tot 2 uur in de oven ‘drogen’. Het komt niet op een kwartiertje en hoe langer de tomaatjes in de oven zitten, hoe intenser de smaak wordt.
  2. Kook ondertussen de krieltjes, met schil, een minuutje of 15. Laat ze afkoelen en snij ze in dikke plakken van een centimeter of twee.
  3. Bak de ui in wat olijfolie langzaam goudbruin.
  4. Vet een taartvorm met een doorsnede van 22 centimeter in met wat boter en bekleed de bodem met bakpapier.
  5. Verwarm in een steelpannetje de boter en de suiker en laat die al roerend smelten tot er een lichtbruine karamel ontstaat. Giet die karamel voorzichtig in de taartvorm en verspreid het over de bodem. Strooi er de gedroogde Italiaanse kruiden overheen
  6. Druk vervolgend de krieltjes in de karamel, dicht tegen elkaar aan. Daarna de tomaatjes en de uien in de tussenruimtes verdelen en bestrooi het geheel royaal met zout en peper.
  7. Verdeel er daarna de plakken kaas over.
  8. Leg de (ontdooide) plakjes bladerdeeg op elkaar en rol ze uit tot een plak die wat groter is dan de taartvorm.
  9. Bedek de taart met het bladerdeeg en stop de zijkanten goed in.
  10. Zet de taart in een voorverwarmde oven op 200 graden C. en bak de taart in ongeveer 40 minuten gaar.
  11. Zet een schaal omgekeerd op de vorm en keer alles om. Verwijder de vorm en daarna, voorzichtig, het bakpapier.


Eet de taart warm met een lekkere groene salade.

woensdag 12 november 2014

colum Lisette, 12 november 2014

Lisette

vrouw - moeder - zus - tante - docente - 
creatief - gewichtsconsulente - broodbakken - 
groentetuintje - voeding - sport

Elf november is de dag… ♪ … daar lopen we door de straat, het is droog en niet te koud. Stijn en Anna hebben veel plezier. Veel buren zeggen: “neem maar twee snoepjes hoor”. Het is zo rustig in de straat en anders raken ze de snoepjes toch niet kwijt. Vorig jaar was ik er nog zo trots op dat ze soms een mandarijn kozen i.p.v. een snoepreepje… maar die tijd is nu wel voorbij!

Volgende week is Anna jarig, ze gaat nu af en toe naar school voor een ‘wenochtendje’. Nu heb ik opeens twee grote kinderen, straks zitten ze beiden op school! Ik moet wel toegeven dat ik echt geen ochtendmens ben. Dat zal waarschijnlijk ook niet veranderen. Wat ben ik jaloers op mensen die na het horen van hun wekker direct hun bed uitstappen. Ik ‘snooze’ veel te vaak, tot ik te laat ben en we verschrikkelijk moeten haasten.

Om wat rust te creëren, maak ik meestal de broodjes voor Stijn en voor mij de avond van te voren al klaar. Ja, inderdaad… die drie minuten die ik daar mee win, geven mij zoveel rust! Nu las ik van de week een stukje over een moeder, zij maakte op zondag vijf rugzakjes met brood klaar en bewaarde deze in de vriezer. Zo had ze voor elke dag de lunch klaar…

Wat een geweldig idee! Maar ik zie mij niet niet vijf… en voor twee kinderen dus 10… rugzakjes in de vriezer bewaren. Ik ga wel iets anders testen. Door brood te beleggen en in een zakje in te vriezen. Is een boterham met kaas daarna nog smakelijk? Of kaas met plakjes tomaat? Is een boterham met jam ook nog lekker en wat gebeurd er als je alfalfa op een boterham met kaas invriest?  Ik kom er op terug, als ik het getest heb.

Een makkelijk broodje van spelt

Ik kwam een recept tegen van een super simpel brood. In een uur en vijf minuten klaar, inclusief kneden, rijzen en bakken!

Het brood is lekker luchtig, binnenkort probeer ik er ook eens een stokbroodje van te maken.

Dit heb je nodig:
500gr speltbloem (of gewoon bloem)
2 tl zeezout (of gejodeerd zout)
1 tl baking soda
400 ml karnemelk

Zo maak je het:
Verwarm de oven voor op 230 graden C.
Zeef de bloem, zeezout en baking soda in een ruime kom. Maak een kuiltje en giet hier de karnemelk in. Meng alles met je handen door elkaar, tot je een deegbal hebt. Leg deze op het aanrecht (bestrooien met wat bloem). Kneed het deeg een paar minuten en leg het vervolgens op bakpapier op een bakplaat. Snijd met een scherp mes een kruis in het midden van de deegbal. Bak het brood 15 minuten in een oven op 230 graden C. Hierna zet je de oven op 200 graden C. en bakt het brood nog ongeveer 30 minuten, tot het goudbruin is. Als je klopt op de onderkant van het brood en het klinkt hol, dan is je brood klaar!


Tot de volgende keer!